Halfjaarrapport McLaren: grote stap voorwaarts blijft uit

(c) Glenn Dunbar/McLaren

De redactie van Grand Prix Radio blikt in de zomerstop terug op de eerste seizoenshelft. Vandaag staat het team van McLaren centraal.

Er was eens…
Het roemruchte team van McLaren heeft een palmares om jaloers op te zijn. Sinds het debuut in 1966 heeft het team acht constructeurstitels behaald en twaalf keer de wereldtitel voor coureurs. Fittipaldi, Hunt, Lauda, Prost, Senna, Hakkinen en Hamilton waren dan natuurlijk ook niet de minsten die er met de grootste trofee vandoor gingen.

De echte hoogtijdagen kende het team in de jaren 80 en begin jaren 90 waar het in acht jaar tijd maar liefst dertien wereldtitels in de wacht sleepte (zes maal bij de constructeurs en zeven maal bij de coureurs). De afgelopen jaren duikelde het team echter naar de achterkant van het veld. De laatste keer dat een coureur wereldkampioen werd met het team uit Woking stamt inmiddels alweer uit 2008 (Lewis Hamilton) en de laatste constructeurstitel uit 1998! Zo lang heeft dit team nog nooit droog gestaan.

Met Renault wordt alles beter
Na de breuk met Mercedes, waar het team haar laatste wereldtitels mee behaalde, keerde het terug naar motorleverancier Honda. De eerder genoemde hoogtijdagen waren voor een groot deel te danken aan de Japanse krachtbron, dus hoe mooi zou het wel niet zijn als deze tijden zouden herleven. Dat dit huwelijk uitliep op een fiasco hebben we de afgelopen seizoenen gemerkt. Het team kende zeer magere jaren, het contract met Honda werd voortijdig ontbonden en McLaren stapte voor het eerst in haar historie over op Renault.

Volgens McLaren was hun bolide immers één van de beste van het veld en waren de slechte prestaties puur te wijten aan Honda. Lepel er een goede motor in en ze zouden weer kunnen strijden om podiumplekken, zo was de gedachte althans. “In 2018 is het ons doel te strijden om de derde plaats in het constructeurskampioenschap en ik geloof dat we in ieder geval een race zullen winnen,” aldus de opgetogen teambaas Eric Boullier.

Door deze deal konden ze ook Fernando Alonso overhalen om zijn contract te verlengen bij het team. De Spanjaard kon zijn geluk niet op en riep vorig jaar na de finish van de laatste race over de boordradio ‘I did some donuts practice for next year’ nadat hij zijn McLaren flink in de rondte had gegooid.

Prima uit de startblokken
De eerste krachtmetingen vonden plaats tijdens de wintertest begin dit jaar. Boullier gaf hier voorafgaand nog over aan dat de overstap naar de Franse motorleverancier niet voor niets was geweest: “We hebben de data van Renault in de computer ingevoerd en dat leverde al heel wat op in de rondetijden. Een volle seconde.” De testsessies verliepen overigens alles behalve vlekkeloos voor de papaya oranje gekleurde MCL33, maar ze noteerden wel veel rappere rondetijden dan het jaar ervoor tijdens de wintertest.

Na de eerste race van het seizoen zag het er dan ook veelbelovend uit. Alonso werd knap vijfde en teamgenoot Stoffel Vandoorne eindigde met een negende plek ook in de punten. Alonso wist te melden dat ze Red Bull Racing in het vizier hadden en alles leek dan ook de goede kant op te gaan.

Resultaten beginnen af te nemen
In de races die hierop volgden begon het team wat terug te zakken en scoorde de Spanjaard drie zevende plekken op rij. Op zich prima resultaten en zeker beter dan de jaren ervoor, maar het waren niet de gedroomde podiumplekken waar men op had gehoopt.

“We hebben onderschat hoeveel tijd en moeite het kost om de Renault-motor te integreren. Daardoor hebben we de introductie van een flink aantal upgrades moeten uitstellen. Geef ons een paar races en we zullen laten zien dat we het vierde team zijn”, klonk het strijdvaardig uit de mond van Boullier.

Ook bij Red Bull waren ze na een aantal races niet onder de indruk van McLaren: “Fernando Alonso wilde Red Bull Racing aanvallen, maar in plaats daarvan eindigde hij in Bahrein achter een Toro Rosso”, zei Helmut Marko. “De McLaren kan dus niet heel erg geweldig zijn en het was niet alleen de krachtbron van Honda die hen traag maakte.”

Dit had mede te maken met het feit dat de renstal nog met het oude chassis het seizoen van start ging. “De 2018-auto komt in Barcelona”, beloofde Boullier. “We rijden met een evolutie van de wagen van vorig seizoen en niet met de nieuwe bolide.” Toch begon hij zich ook direct in te dekken: “We slaan in Barcelona een nieuwe weg in, maar je kan niet van ons verwachten dat we iedereen voorbij zullen springen.”

Nieuwe wagen brengt nog geen verbetering
De glazen bol van Boullier had het bij het juiste eind: de introductie van de 2018-wagen bracht nog niet de grote stap voorwaarts en de race-uitslagen werden zelfs nog slechter. Alonso werd viermaal 8e en zag viermaal de finish niet. De resultaten van zijn gefrustreerde teamgenoot Stoffel Vandoorne waren in de eerste seizoenshelft nog beroerder: éénmaal 8e, tweemaal 9e, zeven maal buiten de punten en de Belg haalde driemaal niet de finishvlag.

De tegenvallende prestaties hadden ook hun uitwerking achter de schermen en in april volgden de eerste scheurtjes aan het fundament van de renstal. Het team besloot te reorganiseren en Tim Goss, een van de drie technisch directeuren en verantwoordelijk voor het chassis, werd de laan uit gestuurd. Ook de druk op teambaas Eric Boullier nam toen. Door de zogenaamde chocolate-gate, waarbij de medewerkers van McLaren voor hun keiharde werken als ‘bonus’ een reep chocolade zouden hebben kregen, werd de sfeer er ook niet beter op. Begin juli kondigde McLaren nog meer interne wijzigingen aan met als gevolg dat Boullier ontslag nam.

Conclusie
Onderaan de streep kunnen we voor McLaren het volgende concluderen: ja, het gaat een stuk beter met het team na de switch van Honda naar Renault. Waar het vorig jaar in totaal slechts 30 punten scoorde, heeft het er nu voor de zomerstop al 52 behaald. Is dit het resultaat wat men had verwacht? Absoluut niet en het rommelt daardoor flink binnen de gelederen van de renstal.

Wat is er nog mogelijk? Ze staan nu op een zevende plek in het constructeurskampioenschap en Force India, Haas F1 en Renault zijn op papier binnen handbereik. Wanneer het team wat plekken naar voren wil schuiven, zal het grote stappen moeten nemen en de wagen flink moeten blijven doorontwikkelen. De zojuist genoemde teams zitten natuurlijk ook niet stil, dus het wordt al met al een spannende tweede seizoenshelft voor het team dat zo vurig hoopt op betere tijden.

Jouw reactie