Alonso: “Ik zou beter moeten zijn”

Foto: Media Alpine Racing

Fernando Alonso is niet tevreden over zijn prestaties voor Alpine tijdens de Grand Prix van Emilia Romagna. Dat zegt de 39-jarige Spanjaard tegen Racer.

Onderweg naar de grid ging het voor Alonso al fout afgelopen zondag in Imola. Hij gleed van de baan in de bocht Tosa en had een nieuwe voorvleugel nodig. Zijn race verliep ook niet geheel vlekkeloos, want de Alpine-coureur schoot nog een aantal keer van de baan. Door een penalty voor Kimi Raïkkönen eindigde Alonso uiteindelijk als tiende en wist hij toch een puntje te pakken.

Alonso vindt dat het bij een coureur met zijn ervaring niet zo lang mag duren om op tempo te komen. “Ik ben vaak van team veranderd, ik ben zelfs vaak van categorie of klasse veranderd en er is altijd een periode van aanpassing”, zei Alonso. “Maar het is nooit een excuus geweest, nu ook niet. Ik zou beter moeten zijn. Ik zat niet op het juiste niveau dit weekend, maar in Portimao zal ik dat wel zijn.”

Foto: Media Alpine Racing

Veranderende omstandigheden

Alonso zegt zich veel meer vertrouwd te voelen in zijn Alpine door de ervaring die hij heeft opgedaan in veranderende omstandigheden afgelopen weekend in Imola. “Het is vrij duidelijk dat deze (nieuwe) coureurs zich na elke ronde prettiger voelen en zondag was een dag waarop de ervaring verdrievoudigd. Vanaf de eerste tot de laatste ronde zijn de omstandigheden en de gripniveaus zo vaak veranderd. We hadden een rode vlag, een staande start en een rollende start. Er waren veel dingen om te oefenen en veel dingen om door te nemen die normaal vier of vijf races duren. Het is samengeperst in één race, met veel activiteit.”

De volgende race is de Grand Prix van Portugal op 2 mei. “Ik moet beter voorbereid en klaar zijn de volgende keer. Het maakt niet uit of je weinig of geen tijd in de auto hebt gehad, ik zal proberen om beter te zijn tijdens de volgende race”, besluit de Spanjaard.

Lees ook: Hamilton test Pirelli’s 18 inch banden voor 2022

Lees ook: Olav Mol: “Zonder geluk vaart niemand wel”