Red Bull neemt 60% van auto 2020 mee naar volgend jaar

(c) Red Bull Content Pool

Red Bull Racing neemt slechts 60 procent van de auto van dit jaar mee naar het volgende seizoen in 2021. Dat vertelt teambaas Christian Horner aan Autosport

De Oostenrijkse renstal wil volgend jaar het Mercedes team eindelijk echt gaan uitdagen voor het kampioenschap. Om dat te gaan doen neemt het slechts 60 procent van de huidige auto mee naar volgend jaar. Hoewel er weinig doorontwikkeld mag worden om daarmee kosten te besparen vanwege de coronacrisis, zijn er toch een paar vrijheden om de auto te verbeteren. Naast de aerodynamica hebben teams twee tokens tot hun beschikking, om bepaalde onderdelen van de auto te kunnen kiezen die ze willen verbeteren.

Max Verstappen zei onlangs dat de zwakke punten van de auto volgend jaar worden aangepakt. Het team heeft laten weten dat er een grote opknapbeurt te wachten staat voor de auto van 2021.

”Ik zou zeggen dat de RB16B uit 60% bestaat van de auto van dit jaar”, vertelt Horner. Zoals alle auto’s worden er veel componenten overgenomen voor volgend jaar. We hebben de basis voor een goede auto. Ik denk dat we weten wat de zwakke punten zijn in vergelijking met die van onze tegenstanders, dus daarop richten we onze ontwikkeling tijdens de winter. Mercedes zal volgend jaar een extreem sterk pakket hebben, daar bestaat geen twijfel over. Maar we moeten gewoon alle informatie en tools gebruiken die we hebben om ons werk zo goed mogelijk te doen.”

Horner is erg optimistisch dat de problemen van dit jaar opgelost kunnen worden voor de auto van Red Bull Racing.

”Ik denk dat veel van het chassis hetzelfde blijft. De ophanging zou duidelijk hetzelfde blijven en de versnellingsbak ook”, vertelt hij. “De aerodynamische oppervlakken zullen alleen anders zijn dan dit jaar. Het wordt volgend jaar een nieuwe uitdaging. Een andere uitdaging, maar ik denk dat we de basis hebben voor een degelijke auto. Je kunt zien dat de auto vooral de laatste paar maanden steeds dichter bij Mercedes is gekomen. Dat was echt bemoedigend”, besluit Horner.