Grand Prix van Monaco was roep om erkenning in 1929

William Grover Williams komt over de streep van de Grand Prix van Monaco in 1929 © Agence de presse Meurisse

Ooit is er een eerste keer geweest voor de Grand Prix van Monaco. Zeventig jaar geleden werd de eerste Grand Prix georganiseerd als onderdeel van het toen net nieuwe wereldkampioenschap Formule 1. Maar zoals de meesten weten, gaat de historie van de race veel verder terug. Al in 1929 werd op de nauwe straten van Monaco hard gereden. Tegenwoordig is het de meest prestigieuze F1-race, toen was het een roep om erkenning van de net opgerichte Monegaskische automobielvereniging. Op 14 april 1929 stonden zestien coureurs aan de start voor een prijzenpot van 100.000 Franse frank.

Van rijwielen naar automobielen
In 1911 had de Sport Vélocipédique et Automobile Monégasque (zoals de Automobile Club de Monaco (ACM) toen heette) al met succes de Rally van Monte-Carlo georganiseerd. Daarnaast werd in 1921 voor het eerst de Automobile Week gehouden. Tijdens dit evenement werden verschillende competities voor auto’s en motorfietsen georganiseerd. Het bleek een belangrijke stap te zijn in de groei van de Monegaskische automobielclub. Enkele jaren later werd namelijk besloten om de vereniging om te vormen van een fietsvereniging tot een vereniging voor automobilisten. In 1925 zag de ACM het levenslicht.

De ACM moest echter nog wel geaccrediteerd worden als autovereniging. Anthony Noghés (1890-1979) toog daarom naar het hoofdkantoor van de Association Internationale des Automobiles Clubs Reconnus (AIACR) in Parijs. Hij kreeg de accreditatie echter niet, omdat ze geen race organiseerden op Monegaskisch grondgebied. De rally voerde toen bijvoorbeeld door verschillende Europese landen als Frankrijk, Duitsland en België en eindigde alleen maar in Monaco.

Rudolf Carracciola (Mercedes SSK) tijdens de Grand Prix van Monaco in 1929. © Agence de presse Meurisse

Financiering was geen probleem
Noghés ervaringen met de Automobile Week zorgden ervoor dat hij het plan bedacht om een race te organiseren door de nauwe straten van Monaco. Een uitdagend plan omdat verschillende hoogteverschillen in het prinsendom destijds overbrugt werden door trappen, straten bezaaid waren met klinkers en hier en daar trambanen door het voorgestelde traject liepen. In 1927 besloot hij Louis Chiron, de befaamde Monegaskische coureur die toen nog aan het begin van zijn carrière stond, en Jacques Taffe aan te nemen als respectievelijk sportief en technisch adviseurs.

Volgens de eigen geschiedschrijving van de ACM verliep de financiering moeiteloos. Op 18 oktober 1928 kon dan ook vol trots medegedeeld worden dat AIACR de ACM als nationale automobielclub erkende en de Grand Prix van Monaco op 14 april 1929 verreden zou worden. Op die lentedag openende toenmalige prins Pierre het circuit met een ereronde.

Beelden van de eerste Grand Prix samengesteld door British Pathé

De eerste race
Grote afwezige tijdens de race was notabene Chiron. Als één van de rising stars verkoos hij de Indianapolis 500 boven de eerste Monegaskische Grand Prix. Ook toen al vielen deze twee races op dezelfde dag. Wel was het tekenend voor het aanzien van de race op dat moment dat een Monegaskische coureur zijn thuisrace liet schieten. Overigens is Chiron nog steeds de oudste F1-coureur ooit. In 1955 finishte hij als 55-jarige als zesde tijdens de Grand Prix van Monaco. Daarnaast is hij tot op heden nog steeds de enige Monegaskische coureur die zijn eigen race wist te winnen, in 1931.

De lay-out van het circuit kwam in 1929 al aardig overeen met het hedendaagse circuit. Vooral de laatste sector was toen anders. Het stuk na Tabac langs de haven kenmerkt zich nu door de snelle bochtencombinaties rond het zwembad en de krappe La Rascasse-bocht. Toen was het na Tabac een lang recht stuk richting de Gazométre-haarspeldbocht en het start-finish-gedeelte op. Ook de tunnel was in 1929 nog een stuk korter dan nu het geval. Verder had het circuit de al wel bekende bochten als Sainte Dévote, de eerste bocht van het circuit, omhoog door Beau Rivage naar het Casino, Mirabeau en natuurlijk de bekendste haarspeldbocht van de hele autosportwereld.

De race zelf verliep over honderd ronden. Zoals gezegd stonden zestien deelnemers aan de start van wie zeven de finish niet zouden halen. De race werd gewonnen door William Grover-Williams in een Bugatti T35B nadat hij vanaf de vijfde plek was gestart. Loting had de startopstelling bepaald. Het verhaal wil dat dat Williams te laat verscheen bij de officiële vrije trainingen. Op zaterdagochtend werd hij wakker, reed een paar onofficiële rondes over het circuit om later die dag de race te winnen in iets minder dan vier uur. Zijn gemiddelde snelheid was 80 km/u. Indrukwekkende cijfers voor die periode toen autoracen nog in de kinderschoenen stond. Williams ging dus naar huis met de prijzenpot van 100.000 franc.

De race was een groot succes en zou niet meer verdwijnen van de agenda van de ACM. Alleen de Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten. In de jaren na de oorlog werden de fiets weer tevoorschijn gehaald. In 1948 werd voor het eerst weer met auto’s door het prinsendom gereden. Twee jaar later werd de eerste officiële Grand Prix van Monaco gereden in het kader van het wereldkampioenschap Formule 1. Juan-Manuel Fangio werd de winnaar van de elfde grand prix.