F1 verjaardag: Jack Brabham

Drievoudig wereldkampioen Jack Brabham zou vandaag 94 jaar oud zijn geworden. Hij was de eerste, en voorlopig laatste coureur die met een auto die zijn eigen naam droeg wereldkampioen wist te worden. Hij reed van 1955 tot 1970 in de Formule 1 toen de sport gevaarlijker was dan ooit. Hij bleef echter ongedeerd en verkocht in 1970 zijn team aan Ron Tauranac om terug te keren naar thuisland Australië. Jack Brabham overleed op 88-jarige leeftijd aan een chronische nierziekte.

 Brabham werd geboren in Sydney. Hij stopte op vijftienjarige leeftijd met school om te gaan werken in een garage, waar zijn loopbaan als monteur eigenlijk al begon. Na de tweede wereldoorlog, waarin hij diende in de Royal Australian Air Force opende hij zijn eigen garage.  Toen de coureur waarvoor hij monteur was van zijn vrouw niet meer mocht rijden, begon Brabham zelf met racen. In zijn eerste seizoen werd hij direct kampioen van Nieuw-Zuid-Wales in de Midget Cars klasse.

Toen Jack Brabham voor het racen afreisde naar Europa zocht hij direct contact met toekomstig teambaas Charles Cooper. Brabham debuteerde echter bij Maserati tijdens de Grand Prix van Groot-Brittanië in 1955. Vanaf 1956 zou hij wel voor Cooper rijden.

In 1957 zouden Brabham en Cooper de wereld van de Formule voorgoed veranderen toen zij in Monaco op kwamen dagen met een auto waarin de motor achter de rijder was gepositioneerd.

In 1959 wist Brabham eindelijk het kampioenschap te winnen, ook al ging dat niet zonder slag of stoot. Zo had hij een griezelig ongeluk in Portugal en ontviel hem het kampioenschap bijna vanwege een brandstoftekort.

Om maar te beginnen met het ongeluk, volgens de Australiër het enige echte ongeluk dat hij heeft meegemaakt tijdens zijn carrière. Desalniettemin was het een ongeluk dat een veel tragischere afloop had kunnen hebben. Brabham knalde namelijk tegen een telegraafpaal aan, waardoor hij een afgrond van honderd meter vermeed. Toch sloeg hij over de kop, maar doordat hij uit zijn wagen viel sloeg de auto te pletter zonder Brabham erin. ‘Het feit dat de auto’s geen gordels hadden destijds heeft mijn leven gered’. Verklaarde Brabham later in een interview met Steve Rider van Sky Sports.

Tijdens de laatste race van dat seizoen zou Sir. Jack Brabham moeiteloos gaan winnen en zo onbedreigd het kampioenschap binnen halen. In de laatste ronde kreeg de Cooper-coureur alleen te kampen met een brandstoftekort. Onwetend waar op de baan zijn rivalen waren duwde hij zijn auto over de lijn om de race toch te eindigen. Hij had genoeg punten en was de wereldkampioen.

Het seizoen dat erop volgde verliep een stuk eenvoudiger. Cooper was dominant en Brabham werd opnieuw wereldkampioen. Daarmee kwam hij in een rijtje waar ook Alberto Ascari en Juan Manuel Fangio in stonden. De enige twee coureurs destijds die twee kampioenschappen op rij hadden gewonnen. Brabham stond dat seizoen vier keer op het hoogste treetje van het podium en werd kampioen met een voorsprong van veertien punten.

Na het seizoen van 1960 nam Brabham een opvallende afslag. Hij vertrok bij Cooper om te gaan rijden onder zijn eigen naam. Hij richtte het Brabham team op samen met Ron Tauranac. De eerste paar seizoenen verliepen stroef vanwege reglementswijzigingen op het gebied van de aandrijving. In 1964 won Dan Gurney de eerste race voor het team maar voor de rest kende het team nog geen ongekende successen. Totdat de regels in 1964 weer werden teruggedraaid en Brabham direct kampioen werd, bij zowel bij de rijders als de constructeurs. Dit was vanzelfsprekend Brabhams meest waardevolle kampioenschap.

(c) Formula One

In 1967 werd Denny Hulme kampioen voor het team van Brabham. Aan het eind van de jaren zestig dacht Brabham al na over stoppen, maar omdat hij geen geschikte coureurs kon vinden voor zijn team reed hij nog een jaar mee in de jaren zeventig. De Grand Prix van Mexico van dat seizoen was zijn laatste race in de Formule 1. Niet kort daarna verkocht hij zijn aandeel binnen het Brabham team aan Tauranac om terug te gaan naar Australië.

In 1979 werd Jack Brabham geridderd en in 1990 werd hij opgenomen in de International Motorsports Hall of Fame. Brabham stond elf keer op polepostion, betrad 31 keer het podium en stond daarvan 14 keer op het hoogste treetje.