Bernie Ecclestone wil radicale regelwijziging in Formule 1

(c) Red Bull Content Pool

Hij is niet meer de baas en inmiddels al ruim 88 jaar oud, maar Bernie Ecclestone heeft nog steeds een mening over de Formule 1 en hoe die sport weer aantrekkelijk zou kunnen worden gemaakt.

In een uitgebreid interview met de Amerikaanse sportzender ESPN komt de hoogbejaarde Ecclestone met het plan om de Formule 1 te verdelen in drie kampioenschappen: naast de titel voor de beste constructeur en coureur zou er een kampioenschap klantenteams moeten komen. Daarmee creëert de Formule 1 de mogelijkheid voor (nieuwe) teams om of hun eigen auto te bouwen of om een auto van de plank te kopen, zegt Ecclestone:

“Het conctructeurskampioenschap is voor de renstallen die hun eigen motor en chassis bouwen, zoals Ferrari en Mercedes. Voor het teamkampioenschap zou ik een [standaard] auto maken, zoals nu in de Formule 2. Als Honda of Renault besluit om niet langer actief te zijn in de Formule 1 dan zouden het een goed alternatief voor een van deze fabrikanten zijn om iedereen een auto te leveren. De motoren zouden hetzelfde kunnen zijn als die we nu hebben, maar een krachtbron zou dan een heel seizoen moeten meegaan met een reservemotor mocht het origineel kapot gaan.”

Voor teams als McLaren en Williams – die zichzelf zien als constructeurs en dus hun eigen chassis willen bouwen, maar niet de middelen hebben om een eigen motor te ontwikkelen – is het plan van Ecclestone niet echt een optie. Toch zou het aantrekkelijk kunnen zijn voor partijen die nu nog niet in de Formule 1 willen instappen:

“Als je een team wilt beginnen: hier is je kans. Ik geef je een complete auto en een reservemotor. En ik geef je dertig miljoen dollar. Op die manier kunnen we dat hele gedoe met dat budgetplafond vergeten. Je leidt het team zo goed als je kan. Je hebt dertig miljoen om je op weg te helpen, de rest moet je bij sponsoren vinden.”

Ecclestone heeft ook nagedacht over een eerlijk verloop van de races, immers de constructeurs zouden veel sneller moeten kunnen zijn dan standaard klantenauto’s:

“We gaan de boel een beetje gelijk trekken om het teamkampioenschap te helpen. Om te beginnen zou je moeten kunnen bijtanken. Misschien moeten we vervolgens iets doen aan het gewicht van de auto. Mochten de auto’s van de klantenteams niet snel genoeg zijn dan moeten we de auto’s van de constructeurs wat zwaarder maken. En nog één ding: de teams hoeven slechts – mochten ze dat willen – met één auto mee te doen. En het technisch reglement voor de auto’s zouden hetzelfde blijven als het nu is. Op die manier hebben de constructeurs niets te klagen.”

Het idee van het kopen van een chassis en krachtbron van een concurrent is niet nieuw. Al in de jaren vijftig en zestig kochten coureurs of teambazen complete auto’s om die vervolgens onder eigen naam in te schrijven. Absolute meester hierin was Rob Walker. Zijn team Rob Walker Racing won tussen 1958 en 1970 met onder andere Stirling Moss achter het stuur negen Grands Prix zonder ooit ook maar een auto of motor ontwikkeld of gebouwd te hebben.

Moss achter het stuur van een Lotus 21 Climax in de kleuren van Rob Walker Racing (c) Mal Simpson

Die mogelijkheid zou moeten terugkomen, aldus Ecclestone:

“Wie zegt dat we niet terug kunnen naar teams met één ingeschreven auto? Natuurlijk hebben de constructeurs veel meer kans om te winnen dan de teams. Maar dat is niet nieuw: toen Moss voor Rob Walker won, waren er ook fabrieksteams die de beste kansen hadden.”

Of de plannen van Ecclestone reëel zijn valt te betwijfelen, maar de huidige impasse in het opstellen van een nieuw technisch, sportief en financieel reglement geeft aan dat het überhaupt moeilijk is om tot een overeenkomst te komen. De oude chef van de Formule 1 sluit zijn betoog voor ESPN af met de woorden:

“Alles is open voor discussie, maar waar het op neer komt is dat we betaalbaar vermaak krijgen, in plaats van dure technologie.”

Jouw reactie