Seizoensreview Haas F1: hoe liepen de hazen?

(c) Haas F1

De redactie van Grand Prix Radio blikt terug op het afgelopen Formule 1 seizoen en vandaag staan de Amerikanen van Haas F1 centraal.

De renstal van Gene Haas lijkt de wind definitief in de zeilen te hebben. Waar het pas drie jaar oude team uit Kannpolis, North Carolina de afgelopen twee seizoenen als achtste eindigde in de eindstand van WK voor constructeurs, daar werd de werkgever van Kevin Magnussen en Romain Grosjean dit jaar keurig vijfde, de eerste van alle klantenteams en vóór erkende hardrijders als McLaren en Force India. Niet alleen die vijfde positie, maar ook het gestaag stijgende puntentotaal (29 in 2016, 47 in 2017 en 93 dit seizoen) moet Haas goed doen.

Grosjean boekt beste prestatie Haas

Een flink aantal van die 93 punten werd dit jaar door Magnussen bijeen gereden. De Deen was goed voor 56 punten en een negende plaats in het individuele klassement. Daar tegenover steken de 37 punten voor stalgenoot Grosjean wat magertjes af, maar de Frans-Zwitserse coureur tekende dan wel weer voor het beste resultaat ooit in de jonge geschiedenis van Haas: een vierde plaats in Oostenrijk. Verder was het een wat kleurloos jaar voor Grosjean met de nodige – hem kenmerkende – uitvalbeurten, maar soms ook briljante manoeuvres.

Magnussen scoort eerste snelste ronde voor Haas

Toch was het vooral Magnussen die indruk maakte. De 26-jarige Deen lijkt eindelijk de rust te hebben gevonden om zijn talent de ruimte te geven en onderstreepte dat met slechts twee uitvalbeurten en elf puntenfinishes. Dat hadden er zelfs twaalf moeten zijn ware het niet dat Magnussen na de USGP werd gediskwalificeerd wegens het te hoge brandstofverbruik van zijn VF-18. Ook vermeldenswaardig: Magnussen liet tijdens de Grand Prix van Singapore voor het eerst in de historie van Haas een snelste ronde optekenen. Haas was daarmee het enige team buiten de top drie die dat voor elkaar wist te krijgen.

Rechtszaak met mogelijk verstrekkende gevolgen

Wat Haas – naast de prestaties op de baan – vooral veel vertrouwen moet hebben gegeven is de rechtszaak tegen Force India. Die zaak was aangespannen bij de FIA en draaide om de legaliteit van de auto’s van Racing Point, de opvolger van Sahara Force India. Volgens Haas waren de bolides niet door Racing Point zelf gebouwd, maar door voorganger Sahara en dus voldeed het team van Lawrence Stroll niet aan een van de grondregels van de Formule 1, namelijk dat elke deelnemende stal zijn eigen auto dient te bouwen. Haas werd in het ongelijk gesteld door de FIA. De internationale autosportfederatie concludeerde dat Racing Point een compleet nieuw team was met een nieuwe licentie en daarmee wel degelijk voldeed aan de regels.

De zaak leek daarmee in het nadeel van Haas uit te pakken, maar er zit een addertje onder het gras waardoor het juist gunstig kan uitpakken voor de Amerikanen. Want als de FIA oordeelt dat Racing Point inderdaad een nieuw team is, dan zou dat consequenties moeten hebben voor de verdeling van het prijzengeld. Die verdeling is een zaak van Formula One Management (FOM) en de teams en dus niet van de FIA.

Bij de verdeling van de gelden is een clausule opgenomen dat teams pas een deel van het prijzengeld kunnen opstrijken wanneer zij in twee van de eerste drie jaar van hun bestaan punten scoren. Het in 2016 opgerichte Haas heeft dit jaar voor het eerst recht op dit deel van de prijzenpot, enkele tientallen miljoenen dollars en kan met de uitspraak van de FIA bij de FOM hardmaken dat Racing Point een compleet nieuw team is en dus geen recht heeft op deze inkomsten. En dat lijkt nu precies waar het Haas vanaf het begin om te doen was. Waar Haas er dit jaar voor het eerst miljoenen aan prijzengeld bij krijgt, daar zou Racing Point juist tientallen miljoenen aan inkomsten mislopen. En dat maakt een wereld van verschil in een middenveld dat zo dicht bij elkaar ligt.

Jouw reactie