Zo werkt de Formule 1: Veiligheid

(c) Red Bull Content Pool

In het boek ‘Zo werkt de Formule 1’ legt Olav Mol het een en ander uit over de veiligheid in de Formule 1.

Zoals met alles in de sport is ook de veiligheid in de Formule 1 in de loop der jaren geëvolueerd en wel ten goede. Waar in de eerste decennia soms meerdere dodelijke ongelukken in een seizoen waren te betreuren is dat aantal vanaf de jaren tachtig sterk gedaald. De laatste drie coureurs die als gevolg van een Formule 1-crash omkwamen, zijn Roland Ratzenberger en Ayrton Senna in 1994 en Jules Bianchi in 2015. De steeds beter beschermende auto’s hebben veel bijgedragen aan die verbeterde veiligheid, maar ook de voorzieningen op de circuits én de kennis en ervaring van de marshalls en andere medewerkers op de circuits.

Bij iedere race staan er een safetycar en een medical car paraat en van beide auto’s staat er ook een reserve-exemplaar klaar. Beide auto’s worden vrijwel altijd door dezelfde personen bestuurd, de professionele coureurs Bernd Mayländer uit Duitsland (safetycar sinds 2000) en Alan van der Merwe uit Zuid-Afrika (medical car sinds 2009). Zij zijn vaak de eerste die voor een Grand Prix-weekend de baan op gaan als zij op donderdag tussen 14:00 en 15:00 een uur op hoge snelheid het circuit verkennen en checken of alle communicatiesystemen van de auto goed werken en uiteraard de auto’s zelf. De huistuner van Mercedes-Benz, AMG, is met eigen monteurs bij iedere Grand Prix aanwezig om hun vier auto’s in topconditie te houden.

Safetycar

De primaire functie van de safetycar, tegenwoordig een Mercedes-AMG GT S met 503 pk, is om in geval van ongelukken of hevige regen voor het veld uit te rijden op een beperkte snelheid zodat brokstukken veilig kunnen worden opgeruimd of een vangrail kan worden gerepareerd. De reden dat een safetycar een snelle sportauto is, is dat hij weliswaar voor een veilige snelheid van het hele veld moet zorgen, maar die snelheid ook hoog genoeg moet houden om de remmen en banden van de Formule 1-auto’s niet te veel te laten afkoelen. Op het circuit van Monza haalde chauffeur Bernd Mayländer 280 km/u op het rechte stuk.

De auto staat altijd paraat met draaiende motor en wordt de baan opgestuurd in opdracht van de racedirecteur. De marshalls langs het circuit zwaaien dan de gele vlag in combinatie met een bord met SC erop. Tegenwoordig gaat dat meer en meer via elektronische schermen langs de baan en een indicator op het stuur bij de rijders. Als de safetycar in actie komt moet de chauffeur zorgen dat hij voor de raceleider terecht komt. Als dat niet direct zo uitkomt zal hij auto’s laten passeren totdat de leider van de race direct achter hem zit. Naast het rijden van zijn rondjes zijn de chauffeur en zijn bijrijder ook twee sets extra ogen voor de wedstrijdleiding. Met name in het geval van regen kunnen zij adviseren hoe de baan erbij ligt en of het verantwoord is om de race te hervatten of om toch nog even te wachten. Als de regen te heftig wordt, kan er worden besloten om de rode vlag te zwaaien en de race tijdelijk stil te leggen. De communicatie met de raceleiding verloopt via een boordradio en met twee camera’s voor en achter kan diezelfde raceleiding, en soms de televisiekijker, meekijken naar wat er op de baan gebeurt.

VSC

(c) Red Bull Content Pool

Virtual safetycar Naast de safetycar is er ook een virtual safetycar (VSC). Zoals de naam al aangeeft is dit geen echte auto op wielen, maar een systeem dat de rijders opdracht geeft om niet harder dan een bepaalde snelheid te rijden. Als op schermen langs de baan de letters VSC verschijnen dan treden dezelfde regels in werking als onder een normale safetycar. De VSC wordt sinds 2015 gebruikt in situaties dat de echte safetycar niet per sé nodig is of maar heel kort nodig zou zijn. Het voordeel ten opzichte van de echte safetycar is dat een VSC-situatie direct kan worden ingesteld en weer kan worden opgeheven, wat het tempo van de wedstrijd ten goede komt.

Medical car

De medical car is een Mercedes-AMG C 63 S die in geval van ongelukken altijd zo snel mogelijk het hoofd van het reddingsteam bij de gecrashte auto(’s) moet brengen. Meestal is daar ook een lokale arts bij die gespecialiseerd is noodmedicatie. Niet een dokter, maar een coureur bestuurt de auto, omdat deze vaak samen met de Formule 1-auto’s op de baan is en veel beter begrijpt hoe de coureurs in die auto’s denken en handelen in het heetst van de strijd. Daarbij is het een auto met 550 pk aan vermogen die op hoge snelheid over het circuit moet kunnen gaan. Dat besturen een vak apart, net als het vak van de dokters die erin vervoerd worden.

Salvage, rescue en extrication

Rond het circuit staan bij iedere Grand Prix vier salvage cars (S-Cars), twee rescue cars (R-cars) en twee extrication teams. De S-cars zijn uitgerust met ervaren mensen met apparatuur om een auto open te kunnen knippen en te kunnen blussen als dat nodig is. Ook kunnen zij een auto wegslepen. De R-cars worden bemand door een noodarts, vier paramedics en een chauffeur. Zij kunnen binnen dertig seconden op de plek van een ongeluk zijn. Indien nodig kan het hoofd van het reddingsteam besluiten dat een van de extrication-teams moet komen. Deze teams zijn gespecialiseerd in het uit de auto halen van een coureur zonder daarbij de (mogelijke) verwondingen te verergeren. Op circuits waar auto’s in extreme gevallen in het water kunnen belanden, zoals Monaco, zijn zelfs duikteams paraat. Alle reddingsteams en bemanningen van auto’s die bij ongelukken in actie moeten komen, trainen regelmatig hun vaardigheden die voor iedere race door de FIA met praktijktest gecontroleerd worden.

Medisch centrum

Na ieder ongeluk wordt een rijder naar het medisch centrum op het circuit gebracht, ook als deze ogenschijnlijk geen klachten heeft. Dat centrum is een miniziekenhuis met de modernste spullen, reanimatieapparatuur en een operatiekamer. Het is continu bemand, zodat er altijd een orthopedisch chirurg, een anesthesist en zes paramedics zijn.

Voor de gevallen dat er zorg nodig is in een lokaal ziekenhuis, staan er twee helikopters en vier ambulances klaar om in actie te komen. Als het weer zodanig is dat de helikopters niet kunnen opstijgen, bijvoorbeeld door dichte mist, dan wordt er niet geracet.

Wil je meer weten over de achtergronden van de Formule 1? Lees dan ‘Zo werkt de Formule 1’.