Grand Prix Retro eregalerij – Denny Hulme

In de lijst van wereldkampioenen Formule 1 is Denny Hulme wellicht de minst bekende. De Nieuw-Zeelander behaalt in 1967 zijn enige wereldtitel. Opvallend is dat Hulme dat jaar geen enkele race vanaf pole position vertrekt. Een opmerkelijk feit, dat in 1984 wordt herhaald door Niki Lauda.

Net als tweevoudig wereldkampioen Jim Clark groeit ook Hulme op op een boerderij. In Motueka, op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland, leert hij van jongs af aan rijden met voertuigen. Als zesjarige zit Hulme al zonder supervisie achter het stuur. Als hij 17 is, verlaat hij school. Hulme gaat werken in een garage en wordt vrachtwagenchauffeur.

Beurs

Het geld dat hij verdient, gebruikt hij om te racen. De interesse in de autosport is gewekt doordat Europese sterren naar Nieuw-Zeeland komen om deel te nemen aan de Tasman Series. Hulme begint met hill climbs en maakt daarna de overstap naar het asfalt. In 1959 schaft hij een F2 Cooper aan en wordt met George Lawton gezamenlijk winnaar van de beurs ‘Drive to Europe’.

Het tweetal vertrekt naar Europa en rijdt Formule 2 en Formule Junior. In de laatste klasse wint Hulme de Grote Prijs van Pescara, maar het seizoen eindigt dramatisch als Lawton om het leven komt tijdens een race in het Deens Roskilde.

Aan de slag bij Brabham

Ondanks het verlies van zijn landgenoot besluit Hulme door te zetten. Hij vestigt zich in Londen. Om financieel rond te komen gaat hij aan de slag in de garage van Jack Brabham. De Australiër laat Hulme rijden in sportscars en single seaters.

In 1963 wint Hulme zeven races in de Formule Junior, waarna hij overstapt naar het F2-team van Brabham. Hij rijdt ook enkele Formule 1-races, die niet meetellen voor het kampioenschap. Hulme’s ‘echte’ debuut in de koningsklasse van de autosport volgt een jaar later, in 1965 in Monaco.

Eerste stappen in Formule 1

In de nauwe straten van het prinsdom rijdt Hulme naar een achtste plaats. De eerste punten volgen in Frankrijk. In Clermond-Ferrand eindigt hij als vierde. Ook op Zandvoort rijdt Hulme in de punten. Hij wordt vijfde. In de overige drie races waaraan hij deelneemt, ziet hij de finishvlag niet.

Het vertrek van Dan Gurney bij Brabham maakt voor Hulme de weg vrij als tweede rijder achter Jack Brabham, die in 1966 de titel wint. Hulme eindigt als vierde in het kampioenschap. Hij staat vier keer op het podium met als hoogtepunt een tweede plaats op Brands Hatch. Het zijn echter ook de enige vier races waarin hij de finish haalt.

De wereldtitel

Een jaar later gaat de strijd om de titel tussen de Brabham-teamgenoten Hulme en Brabham. Hoewel de nieuwe Lotus 49 met Jim Clark en Graham Hill gedurende het seizoen steeds beter uit de verf komt, is het uiteindelijk Hulme die de wereldtitel wint. Dat is mede te danken aan de betrouwbaarheid van de Brabham en het constante presteren van Hulme. Behalve een vierde plaats in de openingsrace in Zuid-Afrika eindigt hij iedere race die hij finisht op het podium, waarvan twee keer, in Monaco en op de Nürburgring, op de hoogste trede.

Na de wereldtitel stapt Hulme over naar McLaren, het team van landgenoot Bruce McLaren. Na opeenvolgende overwinningen in Italië en Canada gaat Hulme samen met Hill aan de leiding in de strijd om de titel. Een crash in de voorlaatste race op Watkins Glen en ophangingsproblemen in de laatste race in Mexico voorkomen dat Hulme aanspraak kan maken op een tweede wereldtitel.

Slechte tijden

Er volgen drie magere seizoenen. In 1969 wint Hulme nog in Mexico, maar een jaar later zijn er slechts vier podiumplaatsen en in 1971 is een vierde plaats het hoogst haalbare. Niet alleen op sportief vlak maar ook op het persoonlijk vlak zijn het slechte tijden.

In aanloop naar de Indianapolis 500 in 1970 loopt Hulme brandwonden op aan zijn handen en mist hierdoor de Nederlandse Grand Prix. Aan het einde van het jaar sterft McLaren tijdens een CanAm-test. Opnieuw verliest Hulme een goede vriend, maar ook dit keer besluit hij verder te gaan.

Betere tijden

In 1972 gaat het beter met het McLaren-team en Hulme. Hij wint in Zuid-Afrika en staat daarnaast zes keer op het podium. Hij eindigt als derde in de stand om de titel. Teamgenoot Peter Revson is vijfde. Een jaar later zijn de rollen omgedraaid en eindigt Revson hoger in de eindklassering dan Hulme, die in Zuid-Afrika zijn enige pole position in zijn Formule 1-loopbaan veroverd.

Tussen de teamgenoten ontstaan een vriendschap, die blijft bestaan als Revson besluit McLaren te verlaten voor Shadow. Opnieuw wordt Hulme met de keerzijde van het leven geconfronteerd. Bij tests in Zuid-Afrika is hij getuige van het dodelijk ongeluk van Revson. Dit keer is het de druppel. Hulme verklaart na afloop van het seizoen een punt te zetten achter zijn Formule 1-loopbaan. Met een overwinning in Argentinië en een tweede plaats in Oostenrijk neemt hij afscheid.

Sterven in het harnas

Hulme keert terug naar Nieuw-Zeeland. In de jaren tachtig gaat hij toch weer racen. In 1992 tijdens de Bathurst 1000 maakte een hartaanval een einde aan zijn leven.

Denny Hulme – 18 juni 1936 – 4 oktober 1992

Races: 112
Pole positions: 1
Zeges: 8
Wereldtitels: 1
Eerste race: 1965 Monaco
Eerste zege: 1967 Monaco
Laatste zege: 1974 Argentinië
Laatste race: 1974 Verenigde Staten

Jouw reactie