Renault nog niet waar het zijn moet

(c) Renault Sport Formula One Team

Bob Bell, de technisch directeur van Renault, is nog niet geheel tevreden over de stappen die het Franse team de afgelopen maanden heeft gezet.

Nico Hülkenberg en Carlos Sainz finishten in de openingsraces van het seizoen vijf keer in de top tien en staan met 25 punten vijfde in het kampioenschap, maar Bell had zijn stal wat verder naar voren verwacht.

Renault keerde in 2016 terug in de Formule 1 als fabrieksteam met de ambitie om in 2020 mee te doen om de constructeurstitel. Hoewel Bell vooruitgang ziet, loopt de Franse stal toch nog iets achter bij die ambitie: “We hadden gehoopt dat door ons werk afgelopen winter onze rondetijden wat dichter bij die van de top drie in de buurt zouden komen, maar dat is ons niet gelukt. Sterker nog, ze zijn zelfs iets bij ons weggelopen dus we zijn enigszins teleurgesteld.”

Toch ziet Bell ook positieve ontwikkelingen bij zijn deels in Frankrijk (Viry-Châtillon, motor) en deels in Engeland (Enstone, chassis) gevestigde stal: “Ik weet niet of we het gat dit seizoen kunnen halveren, maar ik denk dat er een redelijke kans is dat we in ieder geval een begin kunnen maken met het sluiten er van. Dat heeft alles te maken met de wet van de remmende voorsprong die de top drie zal raken. Wij daarentegen kunnen nog veel progressie boeken.”

Hoe graag Bell ook naar boven wil kijken, realiteit is dat de naaste concurrentie ook niet stil  heeft gezeten: “Ik denk dat we redelijk tevreden kunnen zijn over onze positie ten opzichte van McLaren, maar nu moeten we ons ook nog zorgen maken over Toro Rosso en Haas. Het zal over en weer gaan tussen ons en die teams.”