Zo werkt de Formule 1: DRS

(c) Red Bull Content Pool

In het boek ‘Zo werkt de Formule 1’ legt Olav Mol het een en ander uit over het drag reduction system (DRS).

Om de coureurs meer kansen te geven om in te halen is in 2011 het drag reduction system geïntroduceerd. Het is een mechanisme waarmee de flap van de achtervleugel tijdelijk wordt gekanteld, waardoor de luchtweerstand (drag) lager wordt en de auto zo’n 12 km/u harder kan. DRS werkt pas vanaf ronde drie van een Grand Prix en de raceleiding schakelt het in de praktijk uit bij een gele vlagsituatie of slecht weer.

Het systeem kan slechts op twee zones op een circuit gebruikt worden, doorgaans de twee langste rechte stukken. Ook werkt het alleen als de auto die het wil gebruiken op minder dan een seconde achter de auto ervoor zit. Voor de bocht die voor de DRS-zone ligt is een detectiepunt waar dat elektronisch wordt vastgesteld. Als een coureur zijn voorganger op dat punt op minder dan die seconde is genaderd, dan kan hij op zijn stuur de DRS-knop indrukken en klapt de vleugelflap open. Op de televisie kun je de werking soms goed zien, ook is goed te zien wanneer de flap aan het einde van het rechte stuk weer dichtgaat en weer verticaler omhoog staat. Vanaf dat moment heeft de auto weer zijn normale luchtweerstand en maximale grip, wat ook veel beter is om hard door de bochten te kunnen gaan.

Het gebruik van DRS is geen garantie dat de auto ervoor ook daadwerkelijk ingehaald wordt. Als de auto ervoor ook binnen de seconde van de auto dáárvoor zit, kan die coureur het ook gebruiken ter verdediging. In de meeste gevallen wordt er echter wel een plek mee gewonnen of komt de aanvaller dichterbij om een ronde later alsnog succesvol de inhaalactie te doen.

Wil je meer weten over de achtergronden van de Formule 1? Lees dan ‘Zo werkt de Formule 1’.

Geld verdienen met je Formule 1-kennis? Doe mee met een van de race-spellen en win tot 2.500 euro aan prijzen!