Zo werkt de Formule 1: Logistiek

(c) Renault Sport F1

In het boek ‘Zo werkt de Formule 1’ legt Olav Mol het een en ander uit over de logistieke uitdagingen van een Formule 1-team.

Het wereldkampioenschap Formule 1 is de enige jaarlijkse sportcompetitie die op vijf verschillende continenten wordt uitgevochten. In acht maanden tijd legt het hele circus zo’n 160 000 kilometer af, dat is ongeveer vier rondjes om de aarde. Om al het personeel en materiaal op tijd op de juiste plaats te krijgen, worden vrachtwagens, vliegtuigen en zelfs schepen ingezet.

Binnen Europa wordt het grootste deel van het materiaal per vrachtwagen vervoerd. Alle teams gebruiken hiervoor hun eigen trucks die al een paar dagen voor de Grand Prix naar de racelocatie afreizen en daar vaak op woensdag aankomen. De raceauto’s zelf worden helemaal ontdaan van alle vleugels en losse aerodynamische onderdelen en goed ingepakt boven in de oplegger geplaatst om te voorkomen dat er eventueel rondslingerend materiaal op valt. Daaronder wordt de rest van de spullen weggestopt, variërend van auto-onderdelen en televisies, tot aan de persmappen voor de media.

De banden, brandstoffen en ander materiaal worden apart aangevoerd. Na afloop van de race wordt er onmiddellijk afgebroken en nog dezelfde avond rijden de trucks weer terug naar de fabriek, tenzij de volgende race al een weekend later is (back-to-back-races), dan rijden de trucks direct door naar de volgende locatie.

De meeste teams zitten in Engeland, daarom wordt het grootste deel van het materiaal vanuit Londen gevlogen. Voor de teams Ferrari, Toro Rosso en Sauber vertrekken er ook vluchten vanuit Milaan. Voor de intercontinentale Grands Prix in Australië, Azië, Zuid-Amerika en Noord-Amerika worden zeven speciaal gecharterde vliegtuigen ingezet die elk zo’n 125 ton aan vracht vervoeren. De teams hebben zelf hun eigen cargoboxen die rechtstreeks vanuit de fabriek naar de luchthaven worden gereden en daar aan boord worden gebracht.

Omdat er tussen de races vaak te weinig tijd zit om nog even op en neer te vliegen naar de fabriek, worden er van zo’n beetje alles reserve-exemplaren meegenomen. Hoe deze vervoerd worden is afhankelijk van of de onderdelen noodzakelijk zijn voor de race of niet. Onder noodzakelijk worden de onderdelen verstaan die moeilijk vervangbaar en essentieel zijn, zoals onder andere de twee raceauto’s en reserve-exemplaren van chassis, motoren, versnellingsbakken, vleugels en de computers. Deze worden per vliegtuig vervoerd, waarbij de FIA de kratten met de motoren en versnellingsbakken van een speciaal zegel voorziet om gesjoemel tegen te gaan. Mochten er tussen twee races door nieuwe updates voor de auto’s beschikbaar komen, dan worden ook deze met een speciaal gecharterd toestel ingevlogen.

Niet-noodzakelijke onderdelen zijn makkelijker te vervangen onderdelen als gereedschap, heftrucks, het motorhome, televisiesets, et cetera. Deze laatste groep wordt in zo’n veertig containers de wereld overgevaren. De schepen vertrekken zo’n vier tot zes weken voor aanvang van het seizoen naar onder ander andere Australië en China. De containers die daar worden gebruikt keren niet terug naar Engeland, maar gaan na afloop van deze races direct per schip door naar bijvoorbeeld Canada of Abu Dhabi, waar later in het seizoen geracet wordt.

Naast het vervoer van al het materiaal moeten ook coureurs, management, mecaniciens, koks, fitnesstrainers en persvoorlichters overal op tijd zijn. Om het boeken van vluchten, hotels en huurauto’s in goede banen te leiden beschikt elk team over zijn eigen gespecialiseerde logistiek medewerkers die in feite een klein reisbureau runnen.

Wil je meer weten over de achtergronden van de Formule 1? Lees dan ‘Zo werkt de Formule 1’.