De mythe van de openingsrace: Melbourne, 2002

Michael Schumacher (geheel rechts) weet de crash te omzeilen die zijn broer Ralf veroorzaakt door achterop Rubens Barrichello te rijden (c) Scuderia Ferrari

Nog anderhalve week en dan start in het Australische Melbourne een gloednieuw Formule 1 seizoen. Met maar liefst één-en-twintig races zal het een onvoorspelbare strijd om de wereldtitel worden. Hoewel, onvoorspelbaar? De winnaar van de openingsrace heeft statistisch gezien een goede kans om wereldkampioen te worden.

Van de 68 seizoenen Formule 1 won de latere wereldkampioen in 34 edities namelijk ook de openingsrace. Dat is dus een kans van 1 op 2. Dit seizoen zal de openingsrace voor het zevende achtereenvolgende jaar in het Australische Melbourne worden gehouden, op 25 maart aanstaande. De race ‘down under’ heeft een reputatie hoog te houden als het om de mythe van de openingsrace gaat.

Zo werd van de twintig seizoenen die ooit in Melbourne startten, maar liefst twaalf keer een coureur wereldkampioen, die hier de openingsrace had gewonnen. Dat is dus 60 procent. Michael Schumacher versterkte de mythe, want van de zeven seizoenen waarin hij de wereldtitel pakte, won hij zesmaal de openingsrace. Saillant detail; vier van die zes races startten in Melbourne.

In deze rubriek belichten we een aantal van deze openingsraces en bekijken we de winnaars, en dus latere wereldkampioenen. Voor welk merk kwamen ze uit, welke concurrenten versloegen ze en hoe verliep het seizoen na de openingsrace? Deze week blikken we terug op de openingsrace van 2002 in Melbourne, Australië.

‘Down under’

We schrijven 3 maart 2002 als de rode lichten ‘down under’ doven voor 58 ronden op het Melbourne Grand Prix Circuit. Op pole de sympathieke adjudant van Michael Schumacher bij Ferrari, Rubens Barrichello. De Braziliaan hoopt dat de Duitser na twee wereldtitels voor Ferrari wellicht dit jaar te kloppen is en met de pole-position is een eerste stap gezet om die ambitie kracht bij te zetten. Schumacher zelf staat op de tweede plek, gevolgd door zijn broer Ralf die met zijn BMW een buffer vormt naar de twee McLarens van David Coulthard en Kimi Raikkonen.

Ralf Schumacher maakte de beste start en passeerde zijn broer en probeerde meteen Barrichello aan te vallen voor de leiding. Deze verdedigde hevig en toen de jonge Schumacher hem aan de andere kant van de baan probeerde in te halen remde hij waarschijnlijk te laat voor de wederom verdedigende Braziliaan. Schumacher torpedeerde zichzelf op de achterkant van Barrichello’s wagen en beiden lagen uit de race. Achter de beide kemphanen schoten Michael Schumacher en Kimi Raikkonen door het gras, kwam Giancarlo Fisichello in zijn Jordan in aanraking met de Saubers van Felipe Massa en Nick Heidfeld en op de puinhoop die als gevolg van deze crash ontstond klapten vervolgens Jenson Button in de Renault, Olivier Panis in de BAR-Honda en Alan McNish in de Toyota. En zo lagen er direct 8 van de 22 coureurs uit de wedstrijd.

Safetycar

Na de safetycar was de volgorde Coulthard, Jarno Trulli in de Renault, Juan Pablo Montoya in de BMW, Schumacher en Eddie Irvine en Pedro De la Rosa beiden in een Jaguar. De race verliep vervolgens net zo chaotisch als deze startte. Onder meer twee diskwalificaties volgden voor Heinz-Harald Frentzen in de Arrows voor het verlaten van de pitstraat terwijl het licht nog op rood stond, en zijn teammaat Enrique Bernoldi voor het vervolgen van de race in de reservewagen terwijl de herstart van de race al had plaats gevonden.

Coulthard kwam prima weg bij deze herstart, en Montoya probeerde de tweede plek van Trulli af te snoepen. Toen hij bij die poging in de eerste bocht weggleed zag Schumacher zijn kans en greep de derde plek. Drie ronden later kon de Duitser op zijn beurt de aanval bij Trulli wagen, toen de Italiaan op bizarre wijze in de muur spinde. En zo lag de Ferrari-coureur tweede. Het gevolg was een tweede safetycar waarbij Coulthard’s voorsprong van ruim zeven seconden als sneeuw voor de zon verdween.

Buitenom

Het nagenoeg gehalveerde deelnemersveld maakte zich ten tweede male klaar voor de herstart toen Coulthard aan het einde van de twaalfde raceronde van de baan raakte. Later bleek de versnelling van de McLaren plots in neutraal geschoten te zijn, het was de kans waar Schumacher op gewacht had en hij kwam daarmee aan de leiding. Montoya was echter niet van plan de slagorde zo te laten en voerde de druk op bij de viervoudig wereldkampioen. Hij passeerde de Duitser op het rechte stuk en reed daarbij buitenom. Vervolgens raakten de beide coureurs in een vijf ronden tellende strijd verwikkeld.

In de zeventiende ronde pikte de Colombiaan wat olie op en ging wijd in bocht 1. Schumacher zag zijn kans wederom schoon en pakte de leiding, ditmaal om deze niet meer af te staan. De Duitser vergrootte zijn voorsprong ronde na ronde. In het vervolg van de tumultueuze race vielen er nog eens zes wagens uit, om uiteenlopende redenen. Michael Schumacher won de seizoensopener met een gat van ruim 18 seconden op Montoya en 25 seconden op Raikkonen. Slechts 8 wagens haalden de finish, amper genoeg om de eerste zes posities die destijds recht gaven op kampioenschapspunten te vullen.

Schumacher wint met ruim 18 seconden voorsprong op Juan Pablo Montoya (c) Scuderia Ferrari

Fangio

Ondanks het feit dat de openingsrace bijzonder chaotisch was verlopen en Schumacher dankzij de pech van anderen aan de leiding kwam van de Australische Grand Prix, boezemde de wijze waarop hij met de Ferrari zijn voorsprong vergrootte ontzag in bij de concurrentie. De F2002 zou de historie ingaan als Ferrari’s meest dominante Formule 1 wagen aller tijden en Schumacher en Barrichello wonnen gezamenlijk dan ook vijftien van de zeventien races, Schumacher elf en Barrichello vier. Het Ferrari-duo behaalde maar liefst negen dubbelzeges en Schumacher mocht na elke race in het seizoen 2002 naar het podium. Slechts éénmaal werd hij derde. Na elf van de zeventien races kon de Duitser reeds tot vijfvoudig wereldkampioen gekroond worden, waarmee hij de legendarische Juan Manuel Fangio evenaarde, die dit record sinds 1957 alleen in handen had.

Het podium na de openingsrace in Melbourne (c) Scuderia Ferrari

Tot op de dag van vandaag is er geen coureur die de wereldtitel zo snel veilig stelde als de Duitser in de F2002. De nieuwe kampioen herschreef daarmee de recordboeken, bovendien met zijn 11 overwinningen in één seizoen. Schumacher eindigde het seizoen met een marge van 67 punten ten opzichte van zijn teammaat, en de vice-wereldkampioen Rubens Barrichello. Ook vestigde hij een record met zijn behaalde puntentotaal van 144 punten, waarbij in rekenschap moet worden genomen dat destijds elke overwinning 10 punten was, elke tweede plek 6 punten en elke derde plek 4. Tenslotte behaalde Ferrari de constructeurstitel met een puntentotaal dat het aantal punten van alle andere teams samen oversteeg.

(c) Scuderia Ferrari

Overmacht

De dominantie die Schumacher na twee herstarts aan de dag legde tijdens die openingsrace in maart zou een voorteken blijken voor het seizoen 2002. Nooit was een coureur of team meer succesvol dan in dat jaar. Of het met de overmacht van het team uit Maranello te maken had zullen we nooit weten, maar in 2003 kondigde de FIA een nieuw puntensysteem aan waarbij niet de eerste zes maar de eerste acht coureurs in de punten vielen. Daarbij werd het verschil van vier punten tussen de eerste en de tweede plek teruggebracht van vier naar twee punten. Het maakte dat de navolgende seizoenen zich niet meer lieten vergelijken tot dit Italiaanse machtsvertoon in 2002. Voor Michael Schumacher zou het geen verschil maken, hij voegde in 2003 en 2004 nóg twee wereldtitels aan zijn palmares toe.

Jouw reactie