Grand Prix Retro eregalerij – Alan Jones

Alan Jones in achtervolging op Alain Prost tijdens de Grand Prix van Nederland in 1981

Eind jaren zeventig kruisten Alan Jones en Frank Williams elkaars pad. Het leverde een vruchtbare samenwerking op, die in 1980 leidde tot de wereldtitel van de Australiër. Jones maakte daarna nog twee keer een comeback in de Formule 1, maar het succes kon hij niet evenaren.

Dat Alan Jones in de autosport verzeild zou raken, is geen verrassing. Vader Stan is namelijk ook coureur en pa Jones schrijft in 1959 de Australische Grand Prix op zijn naam. Alan treedt in de voetsporen van zijn vader en maakt in 1967 de oversteek van Australië naar Europa. Het avontuur is geen succes en Jones keert terug Down Under, maar waagt drie jaar later opnieuw een poging.

Entree in Formule 1

Ditmaal verloopt het Europese avontuur voorspoediger. Met de verkoop van tweedehands auto’s financiert Jones zijn seizoen in de Formule 3. Hij stapt vervolgens over naar de Formule Atlantic, waar hij gaat rijden voor het team van Harry Stiller. Stiller, tweevoudig Brits F3-kampioen, heeft het plan om Formule 5000 te racen, maar deze plannen komen niet van de grond. In plaats daarvan koopt Stiller een Formule 1-bolide van Hesketh en zet Jones in de wagen.

Jones debuteert in 1975 in Barcelona in de Formule 1. De race loopt uit op een drama. Rolf Stommelen crasht op het circuit van Montjuïc waardoor vijf toeschouwers om het leven komen. Jones valt uit en na vier races lijkt de Formule 1 voor de Australiër er op te zitten. Stiller heeft namelijk besloten het team op te heffen.

Jones tekent bij Embassy Hill

Lang hoeft Jones niet te treuren, want als vervanger van de geblesseerde Stommelen kan hij aan de slag bij Embassy Hill. Met een vijfde plaats op de Nürburgring maakt Jones dermate indruk dat hij een contract kan tekenen bij de renstal van John Surtees. Echter, de karakters van de coureur en teambaas botsen en na slechts één seizoen gaan de partijen uit elkaar.

Jones besluit in de Verenigde Staten te gaan racen als hij wordt gebeld door Shadow. Het team is op zoek naar een opvolger van Tom Pryce, die in Zuid-Afrika dodelijk verongelukt als hij tegen een baancommissaris botst. Na twee uitvalbeurten gaat het steeds beter. In Oostenrijk wint Jones zijn allereerste Grand Prix en in Italië komt hij als derde over de finish.

In de smaak bij Williams

De goede prestaties van Jones vallen op bij Frank Williams. De Brit kent met zijn team een aantal moeilijke jaren in de Formule 1, maar langzaam ontworstelt de renstal zich aan de middelmaat. Jones is onder de indruk van de ambities van Williams. Williams daarentegen is zeer gecharmeerd van de vechtlust van de Australiër.

Ondanks een tweede plaats in de Verenigde Staten is het eerste seizoen geen doorslaand succes. En ondanks zeven uitvalbeurten zit er zeker potentie in het team. In 1979 laat de betrouwbaarheid in de eerste helft van het seizoen te wensen over. Daarna boekt Jones vier zeges, waarvan drie op rij. Hij eindigt als derde in de stand om de titel, die wordt gewonnen door Jody Scheckter.

De wereldtitel

Een jaar later staat er geen maat op Jones en zijn Williams FW07B. Tien podiumplaatsen, waarvan vijf op de hoogste trede bezorgen de Australiër de wereldtitel. Bovendien wint hij ook in Australië en Spanje, races die niet meetellen voor het kampioenschap.

In 1981 is Jones dan ook de grote favoriet voor de titel. Die rol maakt hij bij de start van het seizoen dan ook waar. De eerste race, in de Verenigde Staten, sluit hij winnend af en in Brazilië komt hij als tweede over de finish. Maar een tweede titel komt er niet. De rivaliteit met teamgenoot Carlos Reutemann is te intens, waardoor beide coureurs in de strijd om de wereldtitel het onderspit delven tegen Nelson Piquet. Jones wint in Las Vegas wel de laatste Grand Prix van het seizoen, waarna de Australiër stopt met Formule 1 en terugkeert naar zijn vaderland.

Comeback bij Arrows

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en Jones gaat in 1983 in op een aanbieding van Arrows om terug te keren in de Formule 1. Maar ‘Too many barbies and Fosters Lager’ zorgen ervoor dat Jones met overgewicht en niet geheel fit in het Amerikaanse Long Beach aan de start staat. Hij kwalificeert zich knap als twaalfde, maar na 58 ronden zet hij zijn bolide aan de kant wegens vermoeidheid.

In 1985 keert Jones andermaal terug in de koningsklasse van de autosport. In Italië staat hij aan de start in een Lola van Team Haas. Na zes ronden zit de race erop wegens een opgeblazen motor. En beter wordt het niet dat jaar. Op Brands Hatch en in Australië valt Jones uit en in Zuid-Afrika gaat hij niet van start.

Geen succes met Haas

Het tweede seizoen bij Haas verloopt niet veel beter. Het hoogtepunt is de vierde plaats in Oostenrijk, maar het blijft kommer en kwel. De Ford V6 is niet opgewassen tegen de motoren van onder meer Ferrari en Honda. Aan het einde van het seizoen is de geldkist van Haas leeg en keert Jones de Formule 1 dit keer definitief de rug toe.

Alan Jones – 2 november 1946

Races: 116
Pole positions: 6
Zeges: 12
Wereldtitels: 1
Eerste race: 1975 Spanje
Eerste zege: 1977 Oostenrijk
Laatste zege: 1981 Verenigde Staten-Las Vegas
Laatste race: 1986 Australië

Jouw reactie