Zo werkt de Formule 1: Banden

c) Pirelli

In het boek ‘Zo werkt de Formule 1’ legt Olav Mol het een en ander uit over de banden.

De banden hebben een niet te onderschatten rol in de autosport. Alle energie die de motor produceert moet optimaal worden benut door een kleine stukje rubber dat in contact staat met het asfalt. In de huidige Formule 1 is er één bandenproducent, Pirelli uit Italië. Die krijgt van de FIA richtlijnen om banden te produceren met een specifieke grip en slijtage. Omdat niet alle circuits hetzelfde zijn en de coureurs in verschillende landen met verschillende weertypes te maken hebben, maakt Pirelli zeven verschillende soorten banden, die onderling variëren in hardheid.

De band bestaat uit compound en constructie. Compound is het oppervlakte dat contact heeft met het asfalt, de constructie slaat op de zijkant, de wang van de band. De constructie is ook onderdeel van de totale veerweg van een Formule 1-auto. Afhankelijk van het rubber en andere toevoegingen die worden gebruikt, krijgt een band een bepaalde hardheid variërend van ultrasoft tot hard. Om de banden herkenbaar te maken voor de toeschouwers, hebben ze een verschillende kleur op de zijkant.

Er zijn zeven verschillende compounds voor op een droge baan: de hypersoft (roze), de ultrasofts (paars), de supersofts (rood), de softs (geel), de mediums (wit) en de harde band (lichtblauw) en de superhard (oranje).

(c) Pirelli

Over het algemeen geldt dat hoe zachter de band, hoe meer deze aan de baan plakt en hoe meer grip (en dus snelheid) deze biedt, maar ook hoe sneller deze slijt. De hardere band daarentegen geeft minder grip, maar heeft ook minder slijtage en kan dus langer mee. Al deze banden hebben geen profiel, maar zijn volkomen glad en worden daarom ook wel slicks genoemd. Om ook onder natte omstandigheden uit de voeten te kunnen zijn er twee soorten regenbanden: de intermediate en de full wet. Die eerste wordt vooral gebruikt als het geregend heeft, maar de baan nog nat is. De full wet wordt alleen ingezet als het regent.

De teams hebben niet ongelimiteerd de keuze uit deze banden tijdens elke Grand Prix. Pirelli bepaalt aan de hand van de karakteristieken van de baan welke drie droogweer compounds er mogen worden ingezet. De coureurs moeten tijdens een race minimaal twee van deze drie compounds gebruiken. Tijdens een raceweekend (van vrijdag tot en met zondag) mogen de teams voor elke auto dertien bandensets gebruiken. Van deze sets worden er door Pirelli drie apart gehouden: die mogen alleen gebruikt worden tijdens de race (twee stuks) en tijdens de derde ronde van de kwalificatie. De overige tien setjes mogen het hele weekend (dus ook tijdens de race) gebruikt worden.

In tegenstelling tot normale banden onder gewone auto’s moeten Formule 1-banden eerst opgewarmd worden om ermee te kunnen rijden. Bij hoge snelheden zorgt de enorme wrijving tussen band en asfalt voor hoge temperaturen en de banden zijn zo ontworpen dat ze juist onder die omstandigheden het beste presteren. Dat is ook waarom de banden tot vlak voor de start in een soort elektrische deken op een vaste hoge temperatuur van circa 80º C gestopt zitten. De racetemperatuur varieert van 108 tot wel 120º C, afhankelijk van de compound: ee zachtere compound wordt warmer dan de hardere compound.

Om de races spannender te maken en de auto’s een stoerder uiterlijk te geven heeft de FIA besloten dat per 2017 de banden 25 procent breder worden. De voorbanden waren 245 mm breed en zijn nu 305 mm, terwijl de achterbanden van 325 mm naar 405 mm zijn gegroeid. Dit geeft meer grip en dat betekent dat het rubber nog beter de energie van de motor kwijt kan en dat levert hogere snelheden op.

Wil je meer weten over de achtergronden van de Formule 1? Lees dan ‘Zo werkt de Formule 1’

Jouw reactie