Renault met tweederangs reserveonderdelen in Sâo Paulo

(c) Renault Sport F1

Hoewel het beeld een beetje vertroebeld werd door de eclatante overwinning van Max Verstappen, is Renault de malaise die het in Mexico overkwam nog niet echt te boven.

De Franse motorenfabrikant heeft toegegeven dat het de krachtbronnen tijdens de Mexicaanse GP iets te agressief had afgesteld waardoor de een na de ander faalde. Het herstel van die geplofte motoren is niet alleen een flinke aanslag geweest op het personeel in de fabriek in Viry-Châtillon, maar ook op de voorraad reserveonderdelen.

Renault zou met slechts drie ‘eerste keuze’ reservemotoren voor zes auto’s afgereisd zijn naar Brazilië. Daar is er – nadat gisteren in de eerste vrije training de krachtbron van Brendon Hartley’s Toro Rosso het begaf en Daniel Ricciardo enkele onderdelen van zijn TAG-motor diende te vervangen – nog maar één van over.

Cyril Abiteboul, de teamchef van Renault, gaf tegen Olav Mol toe dat de situatie nijpend is:  “We hebben niet de onderdelen die we zouden willen hebben. Nu moeten we dus onderdelen gebruiken die niet onze eerste keuze zijn.” Van die ‘tweede keuze’-onderdelen zijn er volgens Abiteboul voldoende, dus mochten er vandaag opnieuw problemen zijn dan kunnen de zes Renault-coureurs morgen toch gewoon van start gaan.

Desgevraagd maakt Max Verstappen zich niet echt druk over de situatie bij Renault: “Ja, weet je wat het is. Als die van mij ploft dan ploft die. Dan wordt de laatste race een Flintstone-auto. Maar ik hoop natuurlijk wel dat het volgend jaar meer op orde is”, aldus de Nederlander in gesprek met Mol.