Interview Nicky Hayden: ‘Ik ga niet voor de schoonheidsprijs, maar voor de hoofdprijs’

GrandPrixRadio-verslaggeefster Natascha Kayser sprak een paar keer met Nicky Hayden, de motorcoureur die in kritieke toestand in het ziekenhuis in Cesena ligt. Kort voordat hij in 2006 wereldkampioen MotoGP werd, maakte ze dit interview met Hayden voor het Algemeen Dagblad, waarin hij onder meer praat over zijn liefde voor wielrennen.

De Droom kan nu echt uitkomen

Het is duidelijk dat Nicky Hayden geen zin heeft in het zoveelste interview. Met een verveeld gezicht hangt hij onderuit op een stoel, zijn vingers pulken aan een loszittend randje van de tafel. Interviews geven is toch al niet zijn favoriete hobby en als leider in het wereldkampioenschap MotoGP heeft hij er veel meer dan hem lief is. 

Hayden is geen prater, maar als hij praat bijt hij van zich af. Hij heeft lak aan politiek correcte antwoorden. En trapt nogal eens op gevoelige tenen. Maar nu de wereldtitel binnen zijn bereik ligt, is hij op zijn hoede.
Hij wil het lot niet tarten door diep in te gaan op zijn titelkansen. Daarvoor is hij in de laatste paar races al genoeg punten kwijtgeraakt. De riante voorsprong van 51 punten op Valentino Rossi, die hij had met nog zes races te gaan is, met nog twee races voor de boeg, verschrompeld tot twaalf. Alles is nog mogelijk, dus vragen over áls hij wereldkampioen wordt en wat dat dan met zijn leven zou doen, wijst hij resoluut van de hand. ,,Dat zie ik dan wel. Nee, dat deel komt niet in mijn dromen voor. Eerst moet je ze maar eens waarmaken. Toch?”
Zeker, Nicky Hayden heeft dromen en hij jaagt ze na. Maar een dromer is hij niet. ,,Ik ben een realist,” zegt hij in zijn knauwende Kentucky-accent. ,,Maar ik vind dat je altijd moet proberen je dromen waar te maken. Waar heb je anders dromen voor? Dromen hoeven ook niet altijd uit wilde fantasieën en onbereikbare hoogten te bestaan. Dat blijkt nu wel.”
Zijn droom is al hetzelfde sinds hij als kleuter op een crossmotortje klauterde. Wereldkampioen worden, dat was wat de kleine Nicky wilde toen hij rondjes scheurde tussen de tweedehands auto’s die zijn vader verkoopt. ,,En niet maar één keertje. Ik wil meervoudig kampioen zijn. Ik wil geen eendagsvlieg zijn. Mijn ambities reiken verder.”

Een talent, een kampioen voor de toekomst, zo heeft Hayden altijd al te boek gestaan sinds zijn debuut in de MotoGP in 2003. Als kind uit een motorsportfamilie kwam zijn talent tot wasdom. Pa Earl – met zo mogelijk een nog zwaarder accent dan dat van zijn zoon – racete al. Van hem nam Nicky het nummer 69 over. ,,Omdat pa vond dat je ook nog herkenbaar moest zijn als je op je kop lag.”
Zijn broertjes Tommy en Roger Lee racen in de Amerikaanse Superbikes. Eén keer stonden de Hayden Bros gedrieën op het podium, met Nicky als winnaar. Het is één van zijn prettigste herinneringen.
Juist omdat Nicky Hayden al zo lang dezelfde droom heeft, verrast het hem zelf niet dat hij er nu zo dichtbij is. Sinds de derde wedstrijd van het seizoen, de Grand Prix van Turkije, gaat hij aan de leiding in de strijd om het wereldkampioenschap. Niemand nam hem toen serieus als kandidaat voor de MotoGP-titel. Die kroon past Valentino Rossi immers al vijf jaar als gegoten. De Italiaan werd onverslaanbaar geacht. Een enkele nederlaag, prima, maar over zeventien wedstrijden genomen zou hij toch wel weer de beste van de koningsklasse zijn. Dat is nu zeer de vraag.
Rossi werd achtervolgd door pech, Hayden bleef redelijk constant presteren. Tot nu toe viel de Amerikaan in geen enkele race uit – als enige van de negentien coureurs. Hij reed met zijn hoofd: ,,Ik hoef niet te winnen, als ik maar steeds zo veel mogelijk punten pak. Natuurlijk zet Valentino de toon, hij is degene die de afgelopen vijf jaar kampioen was. Maar om nu te zeggen dat ik wereldkampioen word – áls ik wereldkampioen word – doordat hij veel pech heeft, vind ik onjuist. Draai het maar om: ík heb geen fouten gemaakt, ík heb goed gereden, ík ben het hele seizoen constant geweest. Ik beschouw Valentino ook niet als het grootste gevaar. De grootste vijand ben ik zelf: als ik nu fouten maak, wordt hij wereldkampioen.”
Hayden kan het komend weekeinde kampioen worden, maar waarschijnlijker is dat in de laatste bocht van de laatste race, over ruim twee weken in Valencia, wordt beslist of de titel naar The Doctor gaat of naar The Kentucky Kid. En dat zit de Amerikaan niet lekker. Pas na zijn zege in de TT van Assen (in de laatste bocht, honderd meter voor de finish, viel Colin Edwards en kon hij de zege grijpen) nam hij het woord wereldtitel in de mond.
Hayden, inmiddels meer op zijn gemak, vertelt hoe een ijzige vastberadenheid zich van hem meester maakte toen hij in Assen merkte dat de stemming sceptisch was. Hij wereldkampioen, hij die nog maar één keer eerder had gewonnen en dan ook nog in zijn thuiswedstrijd, op het circuit van Laguna Seca. Hij, goodlooking die verkiezingen als ‘lekkerste vrijgezel’ wint en in People’s Magazine als ‘hot’ wordt gekenmerkt. Pure mazzel.
,,Laat ze maar kletsen,” zo schiet hij uit zijn slof. ,,Ik ben hier niet om een rockster te zijn, om gillende meiden achter me aan te hebben of om beroemd te worden. Hell no! Ik wil bewijzen dat ik tot de beste coureurs van de wereld behoor.

,,De zege in Assen was daarom heel belangrijk. En die in Laguna ook. De druk was vele malen groter dan vorig jaar, maar ik heb wél gewonnen. En niet door de pech van een ander, niet vanwege mijn uiterlijk, niet omdat mijn moeder me netjes met mes en vork heeft leren eten. Ik heb gewonnen omdat ik de beste was. Ik hoop dat dat eindelijk eens doordringt tot de fucking botte hersens van die lui die mij tot een lachertje degraderen. Het zijn nota bene dezelfde mensen die mij, bij mijn debuut, als groot talent neerzetten. Wat is er gebeurd?
,,Als ze zeggen dat ik laf rijd omdat ik niet altijd vol voor de winst ga, moeten zij dat weten. Ik ga niet voor de schoonheidsprijs, maar voor de hoofdprijs. Natuurlijk wil ik winnen, maar als ik daarvoor onverantwoorde risico’s moet nemen, gebruik ik liever mijn hersens. Wereldkampioen worden is belangrijker dan een race winnen. Ik heb geleerd zuinig met mijn krachten om te springen. Dat is ook al een kunst, hoor. Dat moet je leren.”
Drie jaar had Nicky Hayden nodig om te leren en dit jaar leert hij misschien nog wel het meest. Zijn voornaamste concurrenten waren allemaal al eens wereldkampioen. ,,Zij weten wat het is en wat ze moeten doen. Voor mij is het allemaal nieuw, want met kampioen in Amerika worden, is het niet te vergelijken.”
Leren deed Hayden door te kijken naar beroemde landgenoten, oud-wereldkampioenen. Wayne Rainey, Kevin Schwantz, dat zijn zijn helden en voorbeelden. ,,Uren heb ik voor de tv gezeten en video’s bekeken van hun races. Ik praat nog geregeld met Big Kenny (Roberts senior, red.), die me tips geeft. Vroeger heb ik ook wel met Mick Doohan gepraat, toen hij nog wat deed voor Honda. En ik pluk nu de vruchten van een jaar, 2003, waarin ik met Valentino in een team heb gezeten. Ik heb mijn ogen en oren opengehouden. Maar uiteindelijk moet je het toch zelf doen, dat is iets wat ik van Lance Armstrong heb geleerd. Die heeft altijd knechten om zich heen gehad die hem uit de wind hielden, maar op de momenten dat het erop aankwam, moest hij het alleen doen. In deze business is er niemand die je helpt als je op het scherp van de snede racet. Mijn teamgenoot Dani Pedrosa is een directe concurrent. In de motorsport bestaan geen vriendendiensten.”

Hayden leerde hoe belangrijk het kan zijn om superfit te zijn. Maar weinig coureurs zijn sterker dan hij. Hij fietst bijvoorbeeld veel en bereikt ook daarin, volgens kenners, een bijna professioneel niveau. Hij grinnikt, inmiddels helemaal ontspannen. ,,De Tour de France zal ik niet winnen,” lacht hij. ,,Maar ik kom op de fiets aardig mee en ik merk de voordelen.
,,In Laguna was het vijftig graden, maar daar kon ik wel tegen, dankzij het fietsen in soortgelijke omstandigheden in Kentucky. Drie uur wielrennen daar staat gelijk aan drie uur op de fiets in een sauna.”
Door het fietsen leerde Hayden ook om niet in paniek te raken bij een tegenslag. Dat heeft hij nu hard nodig. ,,Ik heb van nature de neiging om te hard te proberen fouten recht te zetten. Door te fietsen, lange ritten te maken en op duurvermogen te trainen, leer je jezelf kennen. Je komt jezelf hoe dan ook een paar keer tegen op de fiets. Daar word je ook mentaal sterker van.
,,Ik begrijp nu hoe ik na een mindere race, door flexibel te zijn, sterk kan terugkomen. Ik ben veel rustiger, leg mezelf minder druk op. Maar ik heb wel alle kansen gegrepen die ik heb gekregen, zelfs de kleinste. Of het genoeg is? Dat zien we snel genoeg.”

AD – 11 oktober 2006