MotoGP review: 9 winnaars, 1000 crashes

Het MotoGP-seizoen 2016 mag gerust spectaculair worden genoemd. Nooit eerder waren er negen verschillende GP-winnaars in één seizoen en nooit eerder werden er meer dan 1000 crashes geteld, waarvan 288 in de MotoGP-klasse. De oorzaken? De nieuwe Michelin-banden, de nieuwe uniforme software en bakken regen. De combinatie van die drie, plus persoonlijke kwaliteiten uiteraard, leverde Marc Marquez zijn derde wereldtitel in de MotoGP op.

Ondanks negen verschillende winnaars draaide 2016 om dezelfde drie coureurs dan de afgelopen jaren: Marc Marquez, Valentino Rossi en Jorge Lorenzo. Aan het begin van het seizoen zag het er helemaal niet naar uit dat Marquez zijn derde wereldtitel in de MotoGP zou halen. In de wintertests had Honda grote problemen met de nieuwe Michelinbanden en de nieuwe gestandaardiseerde software. Yamaha en Ducati leken daar veel beter mee om te kunnen gaan. Uiteindelijk waren de klasse van Marquez en een uitstekende strategie van zijn Repsol Honda-team doorslaggevend.

Leerjaar voor Michelin

De introductie van Michelin als bandenleverancier voor de MotoGP ging niet zonder vallen en opstaan – letterlijk. De Franse bandenfabrikant begon zo ongeveer vanaf nul na een afwezigheid van acht jaar. 2016 was daardoor een leerjaar voor Michelin. In Qatar was veel getest en de banden waren daar in de eerste race van het seizoen verbluffend goed. Maar daarna werd het moeilijk. In Argentinië moest de race in tweeën worden gehakt omdat de levensduur van het rubber niet gegarandeerd kon worden en in Austin werd gereden op de zogeheten ‘betonnen band’.

Gedurende het jaar bleek dat de achterband soms te veel grip bood en dat de voorband grillig was. Het grote aantal crashes mag op het conto van Michelin worden geschreven en ligt vooral aan de onvoorspelbare voorband. Rijders klaagden dat de band zonder enige waarschuwing weggleed.

Van de top 3 noteerde Marquez weliswaar de meeste crashes in het seizoen (17, tegen 11 voor Lorenzo en 4 voor Rossi), maar dat waren vooral crashes in de trainingen. En als het misging wist Marquez ze nog wel goed op te lossen. Het hadden er nog veel meer kunnen zijn, maar met een aantal fabuleuze reddingen voorkwam hij die. Aanvankelijk probeerde Marquez zijn rijstijl aan te passen, maar al snel bleek dat juist zijn agressieve stijl, met veel druk op de voorkant, het beste werkte.

Omdat Michelin een veel ruimere keuze bood dan Bridgestone, was het vooral in het begin zoeken naar de juiste afstelling. Wie daar te lang over deed, liep de kans in de kwalificatie niet snel genoeg te zijn. Honda speelde het slim door in de eerste trainingen te kiezen voor één of twee compounds en die als basis te gebruiken om op voort te borduren. Yamaha probeerde vaak alle combinaties en mogelijkheden en raakte daardoor een paar keer flink de weg kwijt.

De nieuwe band in combinatie met de nieuwe software, die voor iedereen gelijk was, maakte de verschillen tussen de teams en merken kleiner, waardoor ook niet-fabrieksrijders meer kansen kregen. Dat resulteerde niet alleen in bijzonder spannende en onvoorspelbare wedstrijden, maar ook in opmerkelijke overwinningen voor Maverick Viñales (Suzuki), Jack Miller (Marc VDS Honda), Cal Crutchlow (LCR Honda, twee keer zelfs) en de Ducati-coureurs Andrea Iannone en Andrea Dovizioso.

Keuzes Marquez pakken goed uit

Marc Marquez deed alles goed het afgelopen seizoen. De jonge Spanjaard liet zien te leren van fouten. Waar hij in voorgaande jaren vaak de fout maakte koste wat het kost te willen winnen, nam hij op cruciale momenten genoegen met de punten. Dan maar tweede, derde, of zelfs dertiende (in Frankrijk, na een crash) worden: alles beter dan met lege handen staan.

Met vijf overwinningen op zak was Marquez in Japan, met nog drie races te gaan, al zeker van de wereldtitel. De enige keer dat hij niet finishte was is Australië – toen de titel al veilig was. Het was ook precies in die wedstrijd dat Marquez te veel wilde, maar dat gebeurde pas toen hij zich het risico kon permitteren.

De cruciale wedstrijden voor Marquez waren die in Barcelona, Assen, Duitsland en Japan. In Barcelona werd hij weliswaar tweede achter Valentino Rossi, maar hij pakte met die tweede plaats wel de leiding in de strijd om de wereldtitel, met een verschil van 10 punten op Jorge Lorenzo, die crashte in Barcelona. In de twee volgende races (Assen en Sachsenring) bouwde Marquez die marge uit tot liefst 48 punten. Weer twee races later (na Brno) was het zelfs opgelopen tot 53 punten verschil en kon Marquez zich al twee DNF’s veroorloven.

Op precies de goede momenten in het seizoen maakte Marquez de juiste keuzes. Niet zonder risico’s overigens. Als eerste in een vroeg stadium overstappen op slicks, terwijl de concurrentie (te) lang doorreed op regenbanden of overstapte op intermediates leverde kostbare punten op op de Sachsenring, waar hij van een negende plaats naar de eerste wist op te klimmen.

De voorsprong die Marquez opbouwde in Assen en op de Sachsenring leverde hem uiteindelijk al in Japan de wereldtitel op. Zowel Valentino Rossi als Jorge Lorenzo hadden daar nog theoretische kansen, maar op de Twin Ring in Motegi vielen beide Yamaha-coureurs uit, waardoor Marquez niet eens meer hoefde te winnen, maar dat wel deed.

De blunders van Valentino Rossi

Waar Marquez alles goed deed, maakte Valentino Rossi een paar onbegrijpelijke blunders. In Austin crashte hij nadat hij bij de start de koppeling veel te heet had laten worden, in Assen ging hij in de regen onderuit omdat hij te veel wilde, in Duitsland negeerde hij de boodschap van zijn team om binnen te komen om te wisselen en reed hij veel te lang door op regenbanden, in Japan ging het opnieuw mis omdat hij te ongeduldig was. Alleen aan de DNF in Mugello kon hij zelf weinig doen. Een opgeblazen motor was daar de reden van uitvallen.

Juist in de wedstrijden waar Rossi uitviel, profiteerde Marquez maximaal: tegenover de vier nul-scores van Rossi stonden 90 punten voor Marquez. Met vier DNF’s tegen (slechts) twee overwinningen – uitgerekend in Spanje, op het terrein van zijn grootste concurrenten – mocht Rossi nog van geluk spreken dat hij tweede werd. Dat had de veteraan vooral te danken aan zijn teamgenoot Jorge Lorenzo.

De wereldkampioen van 2015 begon sterk aan het seizoen, maar liet halverwege een karrenvracht punten liggen doordat hij niet overweg kon met regen en wisselende omstandigheden. Lorenzo mocht dan vier GP’s winnen, de tiende plaats in Assen, de vijftiende in Duitsland en de zeventiende plaats in Tsjechië – allemaal in de regen – deden hem de das om. Zijn crash in Japan kostte Lorenzo bovendien de tweede plaats in het kampioenschap.

Wat Rossi in 2016 wel opmerkelijk goed deed, was het kwalificeren. Dat was de voorgaande jaren het zwakke punt, maar afgelopen seizoen stond hij liefst twaalf keer op de eerste rij. Drie keer stond hij op pole position, maar twee daarvan wist hij niet te verzilveren doordat hij uitviel. Alleen in Australië ging het – door de voortdurend wisselende omstandigheden – echt goed mis, maar in de wedstrijd stoomde Rossi ouderwets op van de vijftiende naar de tweede plaats. Zijn klasse en race-inzicht is de inmiddels 37-jarige Italiaan nog niet kwijt, maar tegen Marquez in deze vorm is hij niet (meer) opgewassen. Dat besefte hij zelf ook, waardoor de onderlinge sfeer aanzienlijk minder grimmig werd gedurende het jaar en de twee zelfs weer vriendschap sloten.

Bovenste rijtje: kwalificatie. Onderste rijtje: startpositie – uitslag race..

Foto’s: MotoGP.com