F1 Fan Column: De geboorte van de pitreporter

Mijn eerste ontmoeting met Olav Mol was in 1991 in Italië op de Autodromo Nazionale di Monza, waar de Formule 1 reed, maar in het voorprogramma ook de Renault 5 Turbo. De Equipe Verschuur deed daarin mee en ik was daarbij betrokken als een soort nep-teammanager of teambuilder, die probeerde om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Als het moeilijk of ingewikkeld werd, dan moest ik even helpen om bepaalde trucs door de technische dienst heen te loodsen.

Ik was al jaren Formule 1-fan en was dus blij dat ik in de pitstraat van de Formule 1 kon bivakkeren, maar zodra de Renaultjes klaar waren werd de pitstraat schoongeveegd door de Formule 1-medewerkers en iedereen moest eruit. Dat had ik natuurlijk al een paar keer gezien bij de vrije trainingen dus verstopte ik me met mijn pas onder mijn blouse in een wc in een van de pitboxen totdat die hele pitstraat was schoongeveegd.

Het Formule 1-feestje kon gaan beginnen en ik kwam stiekem de toiletten weer uit en liep daar heerlijk rond. Ik hield de pas onder mijn blouse, zodat ik niet makkelijk herkenbaar was. Ik had teamkleding aan en als je niet van dichtbij keek, dan zag je niet dat ik er niet bijhoorde. Ik liep op mijn gemakje foto’s te maken van de Formule 1-auto’s, het was smikkelen en smullen. Op een gegeven moment hoor ik: ‘Krijg nou wat! Wat doe jij hier?’ Dat was Olav Mol. Ik vertelde hem hoe ik stiekem was achtergebleven en nu een beetje rondliep en genoot van al het moois. Olav had een briljant idee en vroeg me of ik de hele dag daar bleef. Ik vertelde hem dat dat zo was, en hij zei: ‘Ik heb een idee. Blijf hier staan bij het team van Ferrari en ga niet weg’. En Olav Mol verdween.

Even later kwam hij terug met Ron Boon, toenmalig directeur autosport van Renault Nederland, die voor mij een vestje had geregeld, waarmee ik officieel toegang kreeg tot de paddock van de Formule 1. Olav gaf mij vervolgens een walkietalkie en zei: ‘Als je het leuk vindt, kun je tijdens de Formule 1-race in de pitstraat heen en weer lopen en mij door die walkietalkie wat informatie geven over wat er hier allemaal gebeurt.’

Zo werd de pitreporter geboren, maar op dat moment heette ik eigenlijk pitspion. Dat was het eerste verslag live op de Nederlandse televisie vanuit de pitstraat, met een walkietalkie. Ik was daar natuurlijk nog nooit geweest, ik kende daar helemaal niemand, dus ik dacht: hoe ga ik dat in hemelsnaam doen als die race begint? Olav zei: ‘Veel plezier ermee. Ik hoor het wel. Als je wat weet, dan roep je het maar door de microfoon.’

En zo gebeurde het dat ik heel snel doorhad dat er pitreporters van andere landen ook door die pitstraat heen liepen en ik besloot om mij aan te sluiten bij de Oostenrijkse pitreporter. Ik liep met hem mee en kon keurig verstaan wat voor interviews hij deed en zo gaf ik mijn informatie door aan Olav in zijn commentaarpositie.

Vandaag in Monaco doen we nog steeds hetzelfde. Die Oostenrijker heb ik inmiddels niet meer nodig, maar het werken met collega, coach en vriend Olav Mol wil ik voor geen goud meer missen.

Foto: Jack Plooij


 Dit verhaal is ook te lezen in het nieuwe boek van Olav Mol ‘Een leven met Formule 1’