Voorpublicatie boek Olav Mol, ‘Een leven met Formule 1’: Imola 1994

Het circuit van Imola in San Marino is prachtig gelegen, dicht tegen het dorpje aan met sommige huizen zelfs binnen de baan. Je gaat een brug over, dan staan er mooie grote bomen langs een riviertje en zo kom je bij het schitterende circuit. Het is één grote brok Formule 1-historie. De Grand Prix van San Marino in 1994 werd echter een dramatisch weekend. 

Rubens Barrichello crasht hard

Het begon op vrijdag met een spectaculaire crash van Rubens Barrichello in een Jordan. Op hoge snelheid ging hij in de Variante Bassa over de kerbstones bovenaan tegen de bandenstapels en vervolgens ondersteboven in het hek dat erachter stond. Er is nog een indrukwekkende foto van, waarbij hij vlak voor de impact allebei zijn handen voor zijn helm houdt.

Wat ik toen deed, was iets wat ik geleerd heb van mijn gesprekken met de toenmalige Formule 1-dokter Sid Watkins, een man die heel veel heeft betekend voor de veiligheid van de sport: bij een zwaar ongeluk kijk ik naar de dokter. Hoe langer die bezig is, hoe erger de coureur eraan toe is.

Luchtwegen vrijhouden

Bij Barrichello zag ik het beeld vanuit de helikopter en Sid Watkins stopte een pen of iets dergelijks terug in zijn borstzakje. Toen ik hem daar later naar vroeg, bleek het een rubber staafje of lepeltje waarmee je de luchtwegen vrij kunt maken. Het gebeurt namelijk weleens dat bij zo’n enorme klap de tong terugslaat en de luchtpijp afsluit. Bij Barrichello was dat ook het geval en kwam het ding dus goed van pas. Op die helikopterbeelden kon je ook zien dat Ayrton Senna in alle drukte op zoek ging naar informatie over zijn landgenoot bij het medisch centrum.

Kort daarna, toen Rubens weggevlogen was richting ziekenhuis, interviewde ik Gary Anderson, de toenmalige manager van Jordan. Die vertelde: ‘Hij praat, hij was bij en het eerste wat hij zei toen hij bijkwam was: “Het was wel een snel rondje met een goede rondetijd”.’ Dat gaf aan dat het in het koppie van Barrichello wel goed zat. Hij had wel een gebroken neus en last van zijn pols. Die was dan ook dik ingezwachteld toen ik hem een dag later alweer kon interviewen.

Rubens ging in zijn auto zitten en ik vroeg hem: ‘Wil je zó graag weer rijden?’ Barrichello antwoordde met een glimlach: ‘De kwalificatie is nu bezig en ik wil gewoon rijden. Dus als ik kan gaan rijden, dan komt het goed, geen probleem. Kijk maar, ik kan nog best sturen zo. Het is een beetje krap, maar verder geen probleem.’ Ik vroeg hem of hij het ongeluk al op tv had gezien. Hij zei: ‘Ja, ik heb het gezien. Het zag er behoorlijk slecht uit, maar het voelt geweldig om hier te zijn en om in leven te zijn. Het is voorbij, voor mij is het al verleden tijd. En de kwalificatie is bezig, dus ik moet nu echt weg.’ Voor mij was het de zwaarste crash die ik als verslaggever had meegemaakt en het was een voorbode op het zwartste weekend der Formule 1.

Dodelijke crash Roland Ratzenberger

Zaterdag was de kwalificatie waarbij Roland Ratzenberger om het leven kwam. Het was een jongen die ik niet goed kende, een beetje een ‘stille Willy’, die wel heel hard kon rijden. Hij reed toen in een Simtek, een prachtige paarsblauwe auto met MTV-sponsoring erop. In het begin van een rondje brak zijn voorvleugel af en Ratzenberger ging met bijna 300 kilometer per uur zijwaarts de muur in. Hij gleed een flink eind door en kwam uiteindelijk tot stilstand. Hoe dat toen in beeld werd gebracht, doet men gelukkig tegenwoordig niet meer. Eerst kwam er een herhaling waarbij je de heup en de ribbenkast van Ratzenberger door de zijkant van de auto kon zien. Je zag ook hoe zijn hoofd nog een knikje maakte toen hij tot stilstand kwam. Een slow-motion die tot in den treure herhaald werd.

De doktoren kwamen erbij onder aanvoering van Sid Watkins. Ik zag gelijk dat het echt niet goed was. Watkins sprong achter op de auto en greep langs de rollbar de epauletten, de handgrepen op de schouders van een race-overall, en daaraan trok hij Ratzenberger in één ruk uit de auto en begon hem te reanimeren. Dat werd vol in beeld gebracht! Je zit dan live op tv naar een levensreddende operatie te kijken. Ik vond dat de Italiaanse tv dat niet netjes deed, vol sensatiezucht, wat de volgende dag nog veel duidelijker zou worden. Ratzenberger werd weggevlogen naar het ziekenhuis en de kwalificatie ging intussen gewoon door.

Typisch Ayrton Senna

Twee dingen van Ayrton Senna op dat moment staan me nog heel goed bij. Het eerste was zijn gezicht in beeld toen hij in de pitbox bij Williams het ongeluk zag. Hij keek weg met een van pijn vertrokken gezicht. Ook hij wist dat het niet goed was. Het tweede was, en daar kwam weer de echte Ayrton Senna naar boven, dat hij vervolgens de pitstraat inliep, een auto van een official zocht en naar de plek des onheils ging. Hij ging kijken of het in zijn totaliteit onveilig was en wat daar verder misgegaan was. Hij is daar gewoon naartoe gegaan. Typisch Senna.

Het was de tweede zware crash van het weekend en na een aantal uur kwam het trieste bericht dat Ratzenberger was overleden, 33 jaar oud. En hoe raar het ook klinkt, bij dodelijke ongelukken wordt het voor veel mensen ineens interessant. Een gedachte in de trant van: wow, dat is een sport waar je je dood kunt rijden. Terwijl iedereen zich daar echt wel bewust van is, zeker de coureurs. Die weten dat je je in alles dat harder gaat dan vijfendertig kilometer per uur hartstikke dood kunt rijden.

Zondag 1 mei

Ik kwam Ayrton Senna tegen op het paddock en vroeg hem hoe het was. Goedgemanierd als hij was deed hij zijn zonnebril af en zette die op zijn voorhoofd. Hij zei me dat hij na de crash van Ratzenberger slecht geslapen had. ‘Weet je, vóór dit weekend voelde het al niet goed om te gaan racen. Vrijdag vertelde ik mijn vrouw dat ik eigenlijk niet wilde racen. Zij zei dat ik wel moest gaan omdat het m’n werk is. En nu gebeurt dit. Het voelt gewoon niet goed.’

De Grand Prix van San Marino ging van start. Naast me in de commentaarpositie zat Jos Verstappen. Die had weer plaats moeten maken voor de herstelde JJ Lehto, voor wie hij de eerste races had ingevallen. De cameraman die ik toen bij me had, Machiel Martens, had vlak voor de start op zijn knieën heel dicht bij de cockpit beelden van Ayrton Senna gemaakt. Je zag daarop een rustige en bedeesde Senna. Later dacht ik: heeft hij hier nu een soort gelatenheid? Wilde hij nou wel rijden of niet? Een vraag die nooit beantwoord zal worden.


Dit is een korte voorpublicatie uit het nieuwe boek van Olav Mol ‘Een leven met Formule 1®‘ bij Uitgeverij Q, Amsterdam

Foto: antfrench.wordpress.com