F1 Fan Column: Verschil moet er zijn

“Hoi, komen jullie vanmiddag na de vrije training even de lekkerste espresso van de paddock drinken bij mij in de pitbox?” Het was een persoonlijk berichtje op Twitter van Tom Coronel op 26 april 2013. Ik moest even aan dit berichtje denken toen ik enkele weken geleden voor het eerst sinds 10 jaar weer als toeschouwer naar de Formule 1 ging op Spa-Francorchamps. Het was daarnaast precies 20 jaar geleden dat ik voor het eerst een Formule 1-race bezocht.

We lopen de toegangsweg van Spa op en ik word bij de entree van het circuit gefoullieerd. Ik realiseer mij ineens dat ik in de afgelopen jaren verwend ben geraakt met de luxe van ‘kleinere’ raceklassen zoals het WTCC en de DTM. Je kunt de paddock oplopen, coureurs nemen tijd voor een babbeltje en als je dus een beetje geluk hebt is de beste tourwagencoureur van ons land bij toeval ook nog de meest joviale en met de lekkerste espresso. De Formule 1 daarentegen is gesloten als een oester. Het is een soort eigen wereld in de echte wereld. Beveiligers maken van de paddock een onbegaanbaar fort. Er wordt een dorp op het paddock gebouwd met gebouwen groter dan die in mijn dorp staan, en voor fans is het na donderdag vrijwel onmogelijk een coureur in levende lijve te zien. 

Waarom ik dit jaar dan toch ineens weer naar de Formule 1 ga? Max natuurlijk! En wat was ik blij dat ik op het rechte stuk stond. De ene inhaalactie na de andere door de zoon van Jos, mijn vroegere held. Waar Tom Coronel op 28 april 2013 zijn eerste overwinning van het seizoen pakt, zie ik nu Max op een vrijwel net zo mooie P7 finishen. Er is echter ook een flink verschil: na de race in Slowakije loop ik naar Tom toe. Hij heeft de walm van champagne nog om zich heen. Ik feliciteer hem, hij legt fanatiek uit hoe spannend het was en duwt zijn mobiele telefoon in mijn handen. ‘Maak even een foto van mij met het team’ zegt hij. Het wordt een foto zoals we ook vaak van een winnend Formule 1 team zien: Het hele team, een pitbord, de beker en natuurlijk de winnaar. Vuist omhoog en “klik”.

Na de Formule 1-race denk ik nog even aan dat moment in 2013 en stel me voor hoe mooi het zou zijn als coureurs niet alleen hun persconferentie na de race op het podium doen, maar dat op vrijdag en zaterdag het ook mogelijk is om een pitwalk te doen. Iets wat volgens mij nu alleen op donderdag kan. Of dat je voor twee tientjes ook een dag de paddock in mag. Zo verdeel je de toeschouwers ook nog wat over het weekend. Of misschien kun je op vrijdag en zaterdag een handtekeningsessie voor de fans organiseren. Allemaal ideeën waarvan in andere raceklassen bewezen is dat het werkt. Het zijn kleine stapjes om de sport toegankelijk te maken voor grote en kleine fans. 

Zo mijmerend bedenk ik mij dat tijdens mijn tweede Grand Prix bezoek in 1996 de Formule 1 eigenlijk al net zo ver verwijderd was van de fans als nu. Hoewel het geluid veel bruter was, de auto’s veel sneller (zo voelde het tenminste) en de uitloopstrook naast de baan bij Eua Rouge nog vol met grind lag, waren mijn helden net zo ongrijpbaar. De enige ‘grijpbare’ bekende persoon na de race toen was een RTL5-medewerker die ieder weekend vol enthousiasme door onze woonkamer knalde. En wel bij alle coureurs koffie mocht drinken. Hij kon ons precies vertellen hoe het met Jos was, die op dat moment in het ziekenhuis verderop lag. Het was Olav Mol. Verschil moet er zijn…

Foto’s: Pieter de Boer


Grand Prix Radio biedt Formule 1-fans een platform om hun mening of visie te verwoorden. Columns op deze website vertolken niet (noodzakelijkerwijs) de visie of mening van de redactie.