F1 Fan Column: De cirkel is rond

We schrijven 1998 in Belgie, oftewel Spa. Ik was 14 en zat verplicht achter de televisie met mijn vader. “Alweer Formule 1?”, zei ik. “Kijk nou gewoon even of je het spelletje snapt. Dan ga je het vanzelf leuk vinden”, was het antwoord van pa. “Die voorbeschouwing duurt allemaal wel erg lang zeg”. Pa: “Ze gaan zo vanzelf wel rijden en het wordt een mooie race want het regent, zeiden ze net.”

Twee uur in de middag precies op de klok en de lichten gaan aan. “We gaan los!”, riep hij hard door de kamer. En los ging het! 14.01 gaf de klok aan en daar was de spray. Veel spray. Heel veel spray.

Een grijze auto schoot zonder wielen door de spray en daar gingen in één klap 15 auto’s in 1000 onderdelen over het asfalt. “VET!”, dacht ik, dit is een leuke sport hoor: auto’s die botsen. Ik vond het helemaal geweldig. Ik ga de volgende keer weer kijken. Kijken hoeveel auto’s er dan vanaf gaan. Helaas, geen één die race later. Stom spelletje!

Een paar jaar later had ik echt het spelletje door en ging ook ik om twee uur mijn bed uit om met een deken en warme koffie te kijken naar bijvoorbeeld Japan. Nu 17 jaar later zit ik weer voor die TV. Zie Max gaan, stuivertje wisselen met de beide Mercedesen. Het spelletje is leuk! Jammer dat ik tegenwoordig niet meer met pa samen kan kijken en dat hij Max niet meer heeft gezien.

Ik kijk en vind het mooi en ineens hoor ik een vijfjarige stem naast me op de bank zeggen: “Wanneer gaan ze botsen?”.
“Als het regent”, zeg ik tegen mijn dochter.

De cirkel is rond.