Frictie tussen Formule 1-teams over klantenauto’s

Fernando Alonso, Honda-McLaren, Grand Prix van Canada 2015

Afgelopen vrijdag was er in Montreal een meeting van vier Formule 1-teams. De mogelijkheid van zogenaamde klantenauto’s werd daar besproken. Wat wordt er bekokstoofd?

Fotografen in de Formule 1-paddock zagen dat Maurizio Arrivabene (Ferrari), Ron Dennis en Eric Boullier (McLaren), Toto Wolff en Niki Lauda (Mercedes) en Christian Horner (Red Bull) urenlang vergaderden bij McLaren-Honda. Later kwam naar buiten dat zij daar spraken over de mogelijkheid van klantenauto’s, waarvoor nu ook de term ‘franchiseteams’ wordt gebruikt.

Het idee is dat per 2017 een aantal grote constructeurs kant-en-klare auto’s gaat leveren aan kleinere teams voor bijvoorbeeld 50 miljoen euro per jaar. Volgens Toto Wolff is het nodig om zoiets te bedenken voor het geval er teams verdwijnen uit het kampioenschap. Ook zei hij erbij dat ze dit bespraken “namens en in het kader van de Strategy Group”.

Twee teams uit die Strategy Group, Williams en Force India, waren niet uitgenodigd. Claire Williams: “Wij maakten er geen deel van uit en Mercedes had geen mandaat om ons daarbij te vertegenwoordigen. En Force India-teambaas Bob Fernley: “Het klopt niet. Wij hebben Mercedes geen enkel mandaat gegeven. Wat we wèl hebben gedaan is gezegd dat wij fundamenteel tegen klantenauto’s zijn tijdens de vergardering van de groep vorige maand.”

De vrees van de kleine onafhankelijke teams, zoals Sauber en Force India, is dat de grotere spelers op deze manier nog meer geld kunnen verdienen en het voor onafhankelijke teams zo nog moeilijker wordt om de competitie aan te gaan. 

Het plan van klantenteams is wezenlijk anders dan het radicale plan van voormalig FIA-voorzitter Max Mosley. Hij wil een apart reglement voor de kleine of onafhankelijke teams. Zijn idee is om teams, die zich vastleggen dat zij hun budget onder bijvoorbeeld 100 miljoen euro houden, meer vrijheden in het ontwikkelen van de auto’s te geven. Op die manier kunnen ze concurreren met de grote teams, die die vrijheden niet krijgen. Op termijn zouden ze dan allemaal vanzelf, volgens Mosley, gaan werken voor lagere budgetten en zo de sport in stand houden.

Foto: Honda-McLaren F1